Sardientjes in blik

Dames en heren, vanwege het feit dat er vandaag sprake is van weer, zijn er vertragingen. Wij vinden de overlast ook heel vervelend. Ter compensatie bieden wij u een gratis kopje koffie aan bij de Kiosk, waarvoor u een half uur in de rij moet staan. Maar het goede nieuws is, u hoeft niet bang te zijn dat de trein in de tussentijd arriveert.”

En daar sta ik dan, met mijn vers veroverde cappuccino in de snerpende kou op een overvol perron. (In feite hoefde ik maar tien minuten te wachten, ook op mijn koffie, maar het voelde langer). Er rijden weliswaar minder treinen, maar daar staat tegenover dat er nu meer mensen per spoor moeten reizen. Dus dat scheelt dan weer. Naast mij op het perron staat zo’n naprater die zegt “ja in Rusland rijden de treinen wel”. Ik hoor het elke dag weer. Zouden deze mensen door hebben dat ze totaal niet origineel zijn? Mijn reactie: “wat moet je in Rusland doen dan?”

Als de trein eindelijk nadert, stouwen de nette mensen zich snel voor het plekje waar de trein vermoedelijk tot stilstand zal komen. Als de treindeuren op net even een ander plekje verschijnen, schuifelt het hele zootje mee. Een uiterst smal gangpad ontstaat voor de uitstappende mensen, dat weer sluit zodra het grootste deel van de treinverlaters gepasseerd is. De laatste uitstappers moeten tegen de stroom in. Ervaren sardientjes kunnen dit. Het blijkt dat veel mensen die dezelfde kant uit moeten, zo slim zijn geweest om al een halte eerder in te stappen, want de trein is reeds gevuld. Ik strand in een volgepropt voorportaal. Vlug zet ik mijn tanden op de rand van het kartonnen bakje cappuccino, waardoor mijn handen vrijkomen. Met de ene hand pak ik een paal vast en met mijn andere hand prop ik de sokken die als handschoenen dienen, in mijn jaszak.

Als de deuren dicht zijn geschoven, accepteert men langzaamaan de status quo en ontstaat er zowaar een soort gemoedelijkheid tussen de sardientjes. We zitten tenslotte allemaal in hetzelfde blik. Even wordt de gemoedelijkheid verstoord als er iemand zich bruut duwend en klagend door de massa heen manoeuvreert. Zodra de mopperkont voorbij is maakt er iemand een schertsende opmerking in de trant van ‘nou nou, wat een asociale’, waarover al snel consensus bestaat tussen de ingeblikten waardoor de eensgezindheid wederkeert. Op dat moment pak ik – met het bakje koude cappuccino nog aan de bek hangend – een pen uit mijn binnenzak en begin deze column te schrijven op de achterzijde van de Spits. Mijn collegae sardientjes zijn inmiddels reuze benieuwd naar wat ik aan het doen ben. Welnu, dit is journalistiek.

We begeven ons in een Sprinter. Dat wil zeggen dat het treintje bij elk station stopt. In de buitenwijken wil niemand uitstappen, maar er willen wel mensen mee. Er is nog iemand die roept dat vol toch echt vol is, maar daar lijkt de nieuwe groep forensen geen boodschap aan te hebben. Neem het ze eens kwalijk. Ze hebben meestal al een barre tocht achter de rug en willen zo snel mogelijk de ellende (van de kou op het perron) ontvluchten. Ze worden nipt getolereerd door de mensen die er het eerst stonden. Die denken niet meer terug aan de tijd dat ze zelf de nieuwe sardientjes in het blik waren. Dat was tenslotte zeker alweer tien minuten geleden.

Als de trein afremt en iedereen weer een beetje over elkaar heen valt, schrijf ik nog snel het bovenstaande grapje op. Eindelijk is de trein op zijn eindbestemming gearriveerd. Wat een opluchting. En dan nu de tram in

S. Grotius ©

——————————————–

Iets anders: aanstaande zaterdag en zondag treed ik eindelijk weer op in het comedycircuit! Zaterdag 26 januari om 13:00 voorronde Grifioen Zuidplein Cabaret Festival in Amstelveen. Dezelfde dag om 20:00 in Café Haagsche Hout te Den Haag en zondag om 20:00 in Café De Zaaier in Wageningen. Kom gerust kijken.

Woon-werkverkeer, deel 1

Ik werk sinds kort als (video)redacteur in 070. Zodoende reis ik elke dag heen en weer tussen Leiden en Den Haag. Ik heb er dit filmpje van gemaakt. Met dramatische muziek.

Woensdag zoveel september 2012. Het is 8:31 in een Haagse tram. Ik en mijn medepassagiers zitten of staan als zombies voor ons uit te staren, net te doen of we ons niet een klein beetje storen aan – of allerminst verwonderen over – de harde ‘muziek’ die een gozert aan het beluisteren is. Weliswaar heeft hij oordopjes in, maar ik denk dat ze verkeerd-om zitten, naar buiten toe. Ik kan mij in ieder geval niet voorstellen dat hij deze wanklanken zelf nog harder hoort. Een dergelijke vergissing zie ik deze jongeman wel maken. Hij is tenslotte ook al zijn riem vergeten vandaag, om zijn broek omhoog te houden, de stakker. Zijn broek zit nu op half zeven. En dat om half negen. Heeft zich kennelijk vergist met de wisseling zomer- / wintertijd. O wacht, hij heeft toch een broekriem, een hele grote zelfs?  He? Ik snap het niet. Doch, in essentie zijn we hetzelfde: ik moest laatst ook mijn broek ophalen. Maar dat was bij de wasserette. Over wintertijd gesproken, hoeveel winterjassen gaat deze Eskimo aantrekken als het winter is?