Oekraïne, de EU en Rusland

4 april 2016, aanstaande woensdag is het referendum betreffende het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Er is best veel over gezegd. Wie ben ik om er nog meer over te zeggen? Ik heb twee anekdotes uit 2009. Toen ging ik naar Rusland en Oekraïne (op twee verschillende reizen) voor respectievelijk een politieke conferentie en een reisje met mijn rugzak. 

Round table in PermIn Rusland was ik terechtgekomen in Perm; een stad tegen de Oeral aan. In de Sovjettijd werd Perm groot door de oorlogsindustrie. Nu was ik daar om te participeren in een EU-Ruslandconferentie, over continentale samenwerking in veiligheid, energie, onderwijs, dat soort zaken. Wel geinig. Ik studeerde destijds Europese Unie Studies in Leiden en in die hoedanigheid had ik mij ingeschreven op een advertentie waarin de Russen veelbelovende studenten uit de EU zochten. Ik kon niet veel beloven, maar ik mocht toch meedoen.

Alleen al de visumprocedure was een hachelijk, maar ook wel enerverend, avontuur. Van de reis heb ik nog slechts een fotofilmpje (zie hieronder) en een webpagina over mijn bevindingen; zie hier: http://sijmen.weblog.leidenuniv.nl/

Op de Conferentie zei ik onder andere iets over energie; de afhankelijkheid van de EU van Russisch gas, want daar schreef ik destijds een scriptie over. Wat viel op? De Russen zagen (de) Oekraïne volgens mij nog steeds als een vazalstaat van moedertje Rusland, waar ze nog wel even hun gas doorheen moesten pompen, op hun voorwaarden, en anders kunnen ze die afvallige hoek altijd nog opnieuw inlijven. Wellicht chargeer ik. Misschien ook niet. (NB: dit was nog vóór Rusland de Krim inpikte).

KievDatzelfde jaar was ik in het mooie en autonome Oekraïne. Weer een bijzondere reis. Het vliegen naar Kiev was een stuk makkelijker dan naar Rusland. Ik had tenslotte geen visum nodig. Na een paar dagen ging ik van Kiev naar het prachtige Lviv in Galicië met de nachttrein. Het was fijn. Dat is nu mijn associatie met het land. Moet ik nog zeggen dat ik ‘voor’ ben? Ik ben voor.

Ik denk dat de EU en Oekraïne elkaar nodig hebben. Zo voelt het ook. Toegegeven, ik ben alleen in het westen van het land geweest, dat ook het meest Westers is. Het schijnt nogal wat uit te maken in welke hoek je bent. Desalniettemin, het is één land.

(Het bovenstaande filmpje was oorspronkelijk bijna negen minuten lang. Maar dat gaat niemand meer uitzitten tegenwoordig. Dus heb ik het wat sneller gemaakt).

S.Groot

Een ouderwets treinreisje naar Antwerpen.

Vroeger reisde men in de Lage Landen louter met de lagesnelheidstrein van A naar B. Uit onderzoek was echter gebleken dat door redelijke snelheid aan te houden, de melk van de koeien in de weilanden slechts een beetje zuur werd. Voor de karnemelk- en yoghurtproductie was dat geen probleem. Dus vanaf dat moment werden redelijkesnelheidstreinen ook toegestaan. Maar het moest niet gekker worden. Treinverkeer met een hogere snelheid zal geheid tot hoofdpijn leiden”, waarschuwde de voorzitter van Stichting Stop de Supersnelle Trein.

DSC00561 - kopie Toentertijd moest men voor binnenlandse treinreizen op elk station (bij een machine of aan een loket) een papieren plaatsbewijs bemachtigen, welke men op verzoek aan de conducteur diende te tonen. Voor internationale reizen hebben ze nog steeds zo’n ouderwets systeem. Uit nostalgische overwegingen, denk ik. Woensdag ben ik – op nostalgische wijze – met de trein van Leiden naar Antwerpen gereden, om acht minuten grapjes te maken op een podium. Een Nederlandse redelijkesnelheidstrein bracht mij van Leiden naar Roosendaal. Daar stond een Belgische lagesnelheidstrein klaar voor het laatste eindje naar Antwerpen. Ik kon op hetzelfde kaartje mee met deze roestige machine. De bijpassende conducteur droeg een pet en een snor, zoals het hoort. Rustig boemelde de trein van het ene Vlaamse gehucht naar het andere. Zo stond hij onder meer stil bij de treinhalte van Kijkuit, bij Kalmthout. Stations kun je het vaak niet noemen, eerder betonnen stoepen die toevallig aan het spoor liggen. Kortom, de haltes zijn zo schraal als de trein die er stopt. Het had mij ook niets verbaasd als de trein vanwege technische gebreken niet tot aan de stoep zou geraken en de passagiers derhalve het laatste eindje hadden moeten duwen. Het zou niet eens in de krant komen, zoals bij de Fyra.

Plots doemt een grote stad op. We stoppen onder meer nog bij een (in ieder geval op dat moment) uitgestorven industrieterrein en station Antwerpen Luchtbal, daarna duikt de trein een tunnel in die uitmondt in een kathedraal, Antwerpen Centraal. Dit station is alles behalve schraal. Het contrast met de dorpse haltes ervoor kan niet groter zijn. Toch ben ik blij dat ik daar niet met hoge snelheid doorheen ben geraasd. Zodoende kon ik immers in alle rust naar de tevreden koeien kijken. Zij gingen geen zure melk geven vandaag.

Sprongetje naar The Joker

DSC00574 - kopieNog twee uur te vroeg kwam ik aan bij comedycafé The Joker. Dus ik dronk even een pintje mee met het Vlaamse volk op het terras en vertelde over mijn reis. Bij het bespreken van de treinhaltes vroeg ik wat er normaliter te beleven is bij “Antwerpen Balzak”. Dat vonden ze al grappig, kun je nagaan. Er werd de rest van de avond over gegrapt. Toen moesten we naar binnen, want de voorstelling begon. Binnen was het onwaarschijnlijk heet en broeierig als een sauna. Maar zoals de Duitsers zeggen, the show must go on. Mijn optreden ging toch wel goed, want er werd gelachen. Na afloop reed ik met drie Veenendalers mee terug tot aan Breda. Van daaruit pakte een Sprinter naar huis.

Nieuw: geef lief commentaar onderaan dit bericht en maak daarmee kans op een meet & greet met mij in een trein. Wie wil mij tenslotte niet ontmoeten en groeten in een trein, toch? Te gek!

Groetje

Sardientjes in blik

Dames en heren, vanwege het feit dat er vandaag sprake is van weer, zijn er vertragingen. Wij vinden de overlast ook heel vervelend. Ter compensatie bieden wij u een gratis kopje koffie aan bij de Kiosk, waarvoor u een half uur in de rij moet staan. Maar het goede nieuws is, u hoeft niet bang te zijn dat de trein in de tussentijd arriveert.”

En daar sta ik dan, met mijn vers veroverde cappuccino in de snerpende kou op een overvol perron. (In feite hoefde ik maar tien minuten te wachten, ook op mijn koffie, maar het voelde langer). Er rijden weliswaar minder treinen, maar daar staat tegenover dat er nu meer mensen per spoor moeten reizen. Dus dat scheelt dan weer. Naast mij op het perron staat zo’n naprater die zegt “ja in Rusland rijden de treinen wel”. Ik hoor het elke dag weer. Zouden deze mensen door hebben dat ze totaal niet origineel zijn? Mijn reactie: “wat moet je in Rusland doen dan?”

Als de trein eindelijk nadert, stouwen de nette mensen zich snel voor het plekje waar de trein vermoedelijk tot stilstand zal komen. Als de treindeuren op net even een ander plekje verschijnen, schuifelt het hele zootje mee. Een uiterst smal gangpad ontstaat voor de uitstappende mensen, dat weer sluit zodra het grootste deel van de treinverlaters gepasseerd is. De laatste uitstappers moeten tegen de stroom in. Ervaren sardientjes kunnen dit. Het blijkt dat veel mensen die dezelfde kant uit moeten, zo slim zijn geweest om al een halte eerder in te stappen, want de trein is reeds gevuld. Ik strand in een volgepropt voorportaal. Vlug zet ik mijn tanden op de rand van het kartonnen bakje cappuccino, waardoor mijn handen vrijkomen. Met de ene hand pak ik een paal vast en met mijn andere hand prop ik de sokken die als handschoenen dienen, in mijn jaszak.

Als de deuren dicht zijn geschoven, accepteert men langzaamaan de status quo en ontstaat er zowaar een soort gemoedelijkheid tussen de sardientjes. We zitten tenslotte allemaal in hetzelfde blik. Even wordt de gemoedelijkheid verstoord als er iemand zich bruut duwend en klagend door de massa heen manoeuvreert. Zodra de mopperkont voorbij is maakt er iemand een schertsende opmerking in de trant van ‘nou nou, wat een asociale’, waarover al snel consensus bestaat tussen de ingeblikten waardoor de eensgezindheid wederkeert. Op dat moment pak ik – met het bakje koude cappuccino nog aan de bek hangend – een pen uit mijn binnenzak en begin deze column te schrijven op de achterzijde van de Spits. Mijn collegae sardientjes zijn inmiddels reuze benieuwd naar wat ik aan het doen ben. Welnu, dit is journalistiek.

We begeven ons in een Sprinter. Dat wil zeggen dat het treintje bij elk station stopt. In de buitenwijken wil niemand uitstappen, maar er willen wel mensen mee. Er is nog iemand die roept dat vol toch echt vol is, maar daar lijkt de nieuwe groep forensen geen boodschap aan te hebben. Neem het ze eens kwalijk. Ze hebben meestal al een barre tocht achter de rug en willen zo snel mogelijk de ellende (van de kou op het perron) ontvluchten. Ze worden nipt getolereerd door de mensen die er het eerst stonden. Die denken niet meer terug aan de tijd dat ze zelf de nieuwe sardientjes in het blik waren. Dat was tenslotte zeker alweer tien minuten geleden.

Als de trein afremt en iedereen weer een beetje over elkaar heen valt, schrijf ik nog snel het bovenstaande grapje op. Eindelijk is de trein op zijn eindbestemming gearriveerd. Wat een opluchting. En dan nu de tram in

S. Grotius ©

——————————————–

Iets anders: aanstaande zaterdag en zondag treed ik eindelijk weer op in het comedycircuit! Zaterdag 26 januari om 13:00 voorronde Grifioen Zuidplein Cabaret Festival in Amstelveen. Dezelfde dag om 20:00 in Café Haagsche Hout te Den Haag en zondag om 20:00 in Café De Zaaier in Wageningen. Kom gerust kijken.

Oxford, Europaeum en Praag

Deze weblog is verdeeld in twee stukken: een plaatselijk verslag (deel I) en een beschouwing achteraf (deel II).

Deel I: Plaatselijk Verslag Oxford

Dear Sir / Madam,

Heden woon en werk ik tijdelijk in Oxford, voor een stage bij the Europaeum, een instelling die gelieerd is de plaatselijke universiteit. Dit is mijn tweede werkervaring in Engeland. Het is best een bijzonder verhaal. Lees daarom gerust verder. Eerst vertel ik iets over Oxford.

De beroemde geleerde Lord W. Ikipedia vertelt ons over deze plaatsnaam: “De naam Oxford betekent hetzelfde als Coevorden (..) Een voorde (“ford“) is een doorwaadbare plaats in een rivier waar boeren hun ossen (“oxen“) konden laten oversteken.” Dus dat weet u dan ook weer. Ik heb een toeristisch filmpje gemaakt over het Engelse Coevorden, u kunt ‘m hier zien (klik) of hieronder als uw browser het toestaat. Jolly good.

Mijn huis

Ik heb een kamertje gevonden in een fijne buitenwijk van Oxford, zo’n 15 minuten fietsen van het centrum en 25 minuten van mijn werk. Mijn huisbaas is een typische relnicht die door het gebruik van proteïnepoeder nogal opgefokt is, maar ongetwijfeld goede bedoelingen heeft. Het is een Syriër. Mijn overige huisgenoten zijn: een overmatig paffend Roemeens stelletje, een sportieve kale Slowaak, een Pakistaan (vermoed ik) met een gigantisch aquarium in zijn kamertje, en een kleine dikke zwarte man met een overdreven Oxford’s accent (Queen’s English) die elke zin begint met de woorden ‘to be honest with you‘, waardoor je telkens bang bent dat hij je de harde waarheid gaat vertellen, maar dan blijkt het slechts een mededeling van huishoudelijke aard.

Het zijn allemaal hele vriendelijke mensen, alleen mijn huisbaas spoort niet zo. Ik heb het best naar mijn zin in het huis. Na mijn werk zit ik even te chillen in de keuken, want dat is de gemeenschappelijke ruimte. De keuken staat wel vaak blauw van de sigarettenrook, maar toch is het er fijn. Bovendien is het de enige plek om fatsoenlijk te zitten. Ik heb namelijk geen stoel in mijn eigen kamer, daar is geen ruimte voor.

De bus

Zoals u in het filmpje kunt zien, rijd ik fiets. Maar soms neem ik de bus, bijvoorbeeld als het -harder dan normaal- regent. In de bussen hier in Oxford wordt niet automatisch omgeroepen waar je bent of wat de volgende halte is. Ik neem aan dat dit een speciale, handige service (dienstverlening) is voor de mensen die liever niet willen weten waar ze eruit moeten. ‘How thoughtful‘. Ik vroeg nog aan de buschauffeur: “But what if you are not one of those people and you accidentally get off at the wrong stop and you get lost?“, waarop de Engelsman antwoordde, “Well dear chap, then you really are lodging at The Monkey.” [Vert. ‘Welnu dierbare kerel, dan bent u echt in Den Aap gelogeerd’].

In datzelfde logement [Den Aap] verblijf ik als ik, lopend op de stoep, natgespetterd word door een bus die bij het passeren door een grote plas water rijdt. Dat komt hier regelmatig voor. Maar ik pak ze terug: als ik in het vervolg een bus zie rijden of stilstaan naast een grote plas water, dan spring ik snel in de plas water zodat de bus helemaal nat wordt! “Here, a biscuit from own dough” roep ik dan, om de verwarring nog groter te maken.

Ik moet wel even vermelden dat het busverkeer in Engeland levensgevaarlijk is! De bussen rijden hier namelijk vrijwel altijd aan de verkeerde kant van de weg. Men mag derhalve van geluk spreken dat de overige verkeersdeelnemers dat ook doen.

Arbeid

Plaatje van Facebook

Ik ben hier overigens niet alleen om fictieve gesprekken te voeren met buschauffeurs en nat te worden. No sir, not quite. Ik ben hier om hard te werken. Ik loop hier een prominente stage voor alumni, om mijn carrière in beweging te houden. Ik kreeg deze kans via mijn oude professor van European Union Studies in Leiden. Hij is de beste vriend van mijn baas in Oxford. Over mijn werk ga ik hierna meer vertellen, in geuren en kleuren.

Lingua franca academica?

De instelling waar ik werk heet Evropaevm. Je spelt het alsof het latijn is, de taal die -als bekend- als lingua franca in de gehele universitaire wereld wordt gebezigd om elkaar nog beter te begrijpen. Ik heb zelf geen Romeins gehad op school, dus ik moest een beetje bluffen. Ik roep dan maar wat losse kreten die ik ken uit Leiden en/of van internet:  “Academia Lugdunum Batava, libertatis praesidium, ad fundum, ab micis honesta petamus, pecunia non elet, you know.” Je komt er best ver mee omdat de meeste mensen in dit wereldje net zo hard bluffen en dus ook geen idee hebben, ook in Oxford.  Je knikt elkaar gewoon vriendelijk aan en drinkt dan rustig verder. Daarnaast kan ik mij gelukkig ook in het Engels verstaanbaar maken. Dat gaat mij nóg beter af.

Deel 2: De beschouwing achteraf, geschreven op dinsdag 8 mei 2012 te Leiden.

Alle gekheid op een stokje, er wordt geen woord Latijn gesproken in Ossevorde. Vanaf dit punt beschrijf ik wat er echt gebeurde, en dan met name op werkgebied. Dat is eigenlijk nog spannender dan mijn fantasie, dus lees verder..

Het werk bij ‘the Europaeum’

De Europaeum is een samenwerkingsverband tussen tien Europese onderzoeksuniversiteiten, gelegen in Leiden, Oxford, Praag, Krakow, Madrid, Genève, Bologna, Bonn, Parijs en Helsinki. De Europaeum organiseert onder meer evenementen betreffende samenwerking in Europa. Wat dat betreft past het uitstekend bij mijn Curriculum Vitae. Mijn werkzaamheden bestonden uit schrijven, een beetje onderzoeken,  administreren, organiseren, bellen, enzovoort. Heel gevarieerd dus. Ik werd meteen vanaf het begin in het diepe gegooid, maar ik hield mijn hoofd boven water. (Zie mijn referentie hier).

De relatie met mijn uiterst autoritaire baas verliep aanvankelijk ronduit moeizaam, hij had kritiek op werkelijk alles. Zelfs de manier waarop ik mijn broodje vasthield tijdens de pauze was in zijn ogen waardeloos. Maar hij bedoelde het wel goed en de relatie verbeterde naarmate de tijd vorderde. Toen ik er na vier weken twee jonge nieuwe collegae bijkreeg, een Ier en een Portugese, werd het zowaar gezellig op het kantoor. Op onze verdieping van het klassieke kantoorgebouw werkte ook ene Simon, een vriend van de baas. Deze oude man had zijn eigen kamer en hij werkte voor zijn eigen stichting, maar hij hoorde er toch bij. Op een avond na een gezamenlijk bezoek aan het theater, vertelde hij (met zijn typische bekakte Oxford-Engels) in de pub over zijn tijd als journalist in de Vietnamoorlog. Enfin, ik moet Simon gewoon even noemen in dit verslag, want hij maakte indruk op mij.

Praag

Een van de workshops die wij organiseerden ging over (de rol van Europa in) de aankomende VN-conferentie in Rio over de groene economie, zie hier. Deze prestigieuze Graduate Workshop ‘Rio +20’ in Praag heb ik niet alleen georganiseerd, ik heb er ook in geparticipeerd!

Ik vloog even naar Praag en terug voor een van de leukste academische evenementen uit mijn  leven. Ik heb veel bijzondere workshops gezien in mijn studententijd (die ik doch reeds vele jaren geleden dacht te hebben afgesloten), zoals deze in Rusland, maar dit was een klasse apart. De voordrachten, de discussies, het debat en het VN-rollenspel waren van een hoog niveau en af en toe ook zeer vermakelijk.  Ze vonden plaats in de Faculteit der West-Europese Studies van de Karelsuniversiteit.

Ik kende alle studenten (zestien in totaal) in deze workshop al, omdat ik vanuit Oxford uitvoerig e-mailcontact met ze had gehad. De aanmeldingen administreren en de contacten onderhouden behoorden namelijk tot mijn kerntaken. In Praag vervulde ik een sleutelrol, omdat iedereen mij kende en op mij terug kon vallen. Dat gaf mij een trots gevoel. Het ging er allemaal heel hartelijk aan toe.

Wat mij stiekem het meest is bijgebleven waren de waanzinnige nachten stappen in Praag, waar echte vriendschappen ontstonden. We kwamen op een gegeven moment in een ruige bar volgepropt met opgehitst jong volk, waar de naakte barlui met brandende fakkels gingen jongleren. Vervolgens lieten de oerlelijke barmannen hun torso bedruipen met likeur en lieten de jonge vrouwelijke cafébezoekers het er vanaf likken of ze spuugden de drank direct in de handmatig geopende monden van de onschuldige meisjes. Het was echt té ranzig om te zien. Desondanks lieten wij ons niet van de wijs brengen, dronken en bewogen ritmisch op de muziek.

Dit vond overigens plaats in een stampvolle kelderruimte zonder duidelijke verwijzingen naar eventuele nooduitgangen. Een ander saillant detail was dat mijn eerdergenoemde baas er de hele tijd bij was, tot in de veel te late uurtjes. Zijn hoge leeftijd weerhield hem er niet van om flink los te gaan. De volgende ochtend zouden de workshopactiviteiten om 9:00 beginnen, maar ook dat mocht geen belemmering zijn voor de feestvreugde.

Terug naar Leiden

Na het zonovergoten Praag ging ik weer terug naar regenachtig Oxford waar ik nog een weekje zou werken. Vier mei was mij laatste werkdag. Op zaterdagochtend 5 mei vloog ik terug naar Nederland om direct na aankomst met twaalf vrienden uit Leiden naar de musical Soldaat van Oranje, in een oude hangar bij Katwijk, te gaan. De reis tussen Engeland en Nederland speelt een cruciale rol in het verhaal. Deze reis had ik net zelf ook afgelegd, ik voelde mij derhalve een beetje Erik Hazelhoff Roelfzema, behalve dan dat ik geen oorlogsheld ben en de reis tussen Engeland en Nederland tot nu toe maar vier keer heb afgelegd en Erik 27 keer, veelal per roeiboot. Enfin, er zijn kleine verschillen.

Einde van het verhaal

Verder in mijn leven: op maandag (gisteren) nam ik met vier andere comedians een pilot op voor een comedy-praatprogramma in een radiostudio in Leiden voor Camedy.nl, dat was nog een beetje aftasten maar wel lachen. En vanavond heb ik een promotieborrel van een BLOQqer. Kortom, het leven draait door.

* Het was overigens niet de eerste keer dat ik werkte in Engeland, zie hier en hier