I just read in a local newspaper that this week there was a Teddy Bear Hospital inside the Leiden University Medical Centre. Little kids could bring their sick Teddy bears in, so the medical students could look at them. How cute is that? What the newspaper-article didn’t say was that the bears who had no health insurance were simply refused, one bear was confused with another patient and had both his arms amputated (now he was an unarmed bear, though he never bear arms before) and another one was subjected to preventive euthanasia, even though his suffering was still bearable. Bear in mind, he just needed a hug. It’s a sad story. Furthermore, the bears were given bad hospital food. But they didn’t feel like eating it anyway, because they were already stuffed.
NB: het bovenstaande verhaaltje is in het Engels, omdat het is overgenomen van mijn Facebook, waarop ik veel buitenlandse vrienden heb. Het doet mij trouwens wel weer denken aan een fantastisch verhaal over een knuffelbeer genaamd Chris-Lee Beer, die ik in 2010 ontmoette in Canada. Klik hierop om dat verhaal te lezen.
Ik kreeg onlangs de vraag van een meisje of het waar is. Ja natuurlijk is het waar dat ik mijn nogal grote vriezer – genaamd Peter R. de Vrieskist – heb onderverhuurd aan een uitwisselingsstudent uit Groenland. Wat ik er echter de vorige keer niet bij had verteld, is dat deze uitwisselingsstudent niet alleen een eskimo, maar tevens een kabouter is; een kaboutereskimo. Zijn naam is Rrrrilli Koubouter-Van IJsbergen.
“Really?”, vroeg het meisje, dat kennelijk van Amerikaanse komaf was. Bijna, het is Rrrrilli. Hij heeft reeds een iglo van ijsklontjes gebouwd in mijn vriezer en hij knuppelt elke dag een zeehondenbiefstuk mals voordat hij het rauw opeet, samen met een krop ijsbergsla en een Cornetto toe. “Maar waarom is Rrrrilli gaan studeren in Leiden, en niet in Friesland?”, vroeg het meisje. Dat wist ik ook niet. Misschien gewoon omdat de Universiteit Leiden internationaal in aanzien staat. Rrrrilli zegt dat hij er een aantal keuzevakken volgt. Maar eerlijk gezegd is hij vooral geïnteresseerd in vriesvakken; hij is er bij een aantal supermarkten al uitgekickt.
Het is ook een beetje een viezerik. Hij zegt namelijk van bijna alle vrouwen die hij ziet dat ze “goed neusbaar” zijn. Enfin, ik weet niet of ik er verstandig aan heb gedaan om hem als onderhuurder in de vriezer te nemen. Het is een beetje een eikel. Huur betaalt hij niet, want zijn tegoeden zijn bevroren. Lekker is dat. Maar aan de andere kant, ik kan soms toch ook wel lachen met Rrrrilli en zijn onderkoelde humor. Dan is hij wel chill.
Ben een beetje in de war. Ik belde net naar Sesamstraat en meteen kreeg ik een voice-mail te pakken: “met-bert-ik-ben-ernie-vandaag-whoei-gggrrrrr”. En toen werd ik doorverbonden met Tommie. Ik dacht nog: jeetje, heb ik weer een hond aan de lijn? Maar het bleek uiteindelijk een volwassen man te zijn, die de stem van Tommie inspreekt. “De grote sterren hier in de straat worden allemaal ingesproken”, zei hij. “Dus ook Meneer Aart?”, vroeg ik gedesillusioneerd. Het bleek inderdaad allemaal bedrog. “Alleen Oscar Mopperkont doet z’n eigen stem. Zo’n stem kun je namelijk niet nadoen. Daarvoor moet je echt de hele dag in een vuilnisbak zitten”, zei de schorre Tommiestem.
Het is dus allemaal een beetje verwarrend. Ik dacht, hee misschien gaat Sesamstraat niet echt over een stel pratende poppen.
Oscar Mopperkont
Oscar M. in zijn natuurlijke habitat.
De excentrieke Oscar Mopperkont heeft zijn roem geheel te danken aan zijn vieze uiterlijk en eindeloos gezeur. Maar juist daarom is hij ook wel weer grappig. Het is de Johan Derksen van Sesamstraat. De figuren in zijn omgeving kaft Oscar het liefst af, ook al pretenderen ze soms vrienden te zijn. Elmo, de Wilfred Genee van Sesamstraat, is daar een voorbeeld van. Onderin Oscar’s vuilnisbak leeft een tamme worm. Voor zover ik weet heeft de worm geen naam. Laten we hem maar Gijp noemen. Gijp wordt getolereerd. Dat geldt niet voor het nutteloze karakter dat Teevee Monster heet (zie het plaatje onderaan), zeg maar de Hans Kraaij Jr. van Sesamstraat. Het is onduidelijk wat de rol van Teevee Monster in het programma is. Wellicht alleen als klankboord voor Oscar.
Oscar zou zich het liefste afzonderen van de rest. Zo liep hij een keer boos weg tijdens een conversatie met Elmo in een rechtstreekse uitzending van Sesamstraat. Terwijl hij zelf degene was die zeurde. Elmo probeerde zich alleen te verdedigen. Dat karakteriseert de heerlijk onsympathieke knorrepot. Het grappige is dat je nooit weet of Oscar het echt meent. Het maakt ook niet uit. Sesamstraat kan wel zo’n ego gebruiken. Het programma zou misschien zelfs naar hem vernoemd moeten worden. Daarmee zou hij geheid het gelijknamige beeldje winnen. Net zoals Voetbal International op teevee vernoemd zou moeten worden naar de hoofdredacteur van het weekblad VI. Dan kunnen ze zeker rekenen op nog een Televisierring. Althans, “ze”, als het aan Johan ligt wordt het een one-man show.
Hoera, we krijgen een koning. Maar hela, wat is er opeens veel cynisme in ons koninkrijk te bespeuren, met name via de sociale media. De kritiek richt zich op het Koningslied van de heer Ewbank. Toch durf ik er voor uit te komen: ik vind het wel een leuk liedje.
Het is sowieso groots, aangezien het welbekende collectief van BN’ers is opgetrommeld om het in te zingen. De ene zin denk je nog Marco B. te horen, blijkt het toch Ali B. of Willeke A. te zijn waar je naar zit te luisteren. Mijn eerste reactie is meteen: waar zamelen we nu voor in? Verder niets mis met een goede kakofonie van bekende stemmen. Mij zul je het geen herrie horen noemen. Daar ben ik veel te lief voor. Plagiaat dan? Weet ik veel. Allemaal leuk en aardig. Alleen.. een bepaald stukje van het liedje is niet om aan te horen. Ik heb het overdeze clip op drie minuten en negen seconden; als ze vals gaan rappen over de vele mogelijkheden van de letter w (NB: omdat de voornaam van de toekomstige koning ook met die letter begint. Ja, daar hebben ze over nagedacht).* Wat is dat erg zeg. En dat zonder een woord te rappen over bijvoorbeeld wc-potten.
(*NB: niet te verwarren met het eerste rapstukje dat wel helemaal te gek is).
Maar toen ging ik denken. Inderdaad, waar zouden we zijn zonder de letter w? Zou iemand nog zeggen: ie eet aar illem ever oont? Misschien niet. Het plat Leids zou uitsterven zonder de w, aangezien de w overal in zit. Denk aan “Tewwring, waawwr is me bwrommewr?” Dat kan je dan niet meer zeggen. Of de onwetende Turk op de hoek van de straat, die alleen nog maar “at?” tegen je zou kunnen zeggen. Het zou vreselijk zijn. Of stel dat je in Afrika bent en -bij gebrek aan de letter w- aan een local moet vragen: “eet jij aar de aterkraan is?” en dat de persoon dan antwoordt “nee man, ik eet überhaupt niets”. De spraakverwarring die het gemis van de letter w teweeg brengt zou op zijn minst ongemakkelijk zijn. En tenslotte, het wereldwijde web zou onvindbaar zijn. Denk daar eens over na mensen. Kortom, het gewraakte stukje rapmuziek is ter bewustwording van het belang van de w voor de samenleving.
Ik zie overigens net pas de officiële clip en het handgebaar dat ze daarin wilden introduceren. Met je drie middelste vingers maak je een letter W. Dat is toch hartstikke stoer man! Als iedereen dat doet worden we allemaal rappende homies van elkaar. Broederschap weet je. Yo.
Iets anders: aanstaande zondagmiddag speel ik 15-20 minuten stand-upcomedy in Scheltema te Leiden en zaterdagochtend (morgen) ben ik rechtstreeks op Sleutelstad FM te horen voor een korte promo. Waanzinnig he.
Update maandag 22 april: Zo. Nadat ik de bovenstaande blog had geschreven, barstte alsnog de bom. John trok het lied terug. Het Nationaal Comité Inhuldiging en de NPO hadden hun geld kennelijk niet op de Ewbank moeten zetten. Maar wiens schuld is het nu eigenlijk? Simpel: de zure Twitteraars. Het gezellige Hollandse ritueel van het grappig afzeiken van nieuwe dingetjes via de sociale media, liep compleet uit de hand. De waan van de dag werd een vrijbrief voor botte scheldpartijen. Daar houdt satire op. Zonde. Maar dat is mijn bescheiden mening. Uiteindelijk maakt het toch geen zak uit wat het Koningslied wordt. Als het maar met een draaiorgel gespeeld kan worden. Dan kan Wim-Lex het tenminste zelf ook spelen.
In dit ‘snapshot’ ziet u dat de critici hun hand opsteken.
Ik peilde gisteren op het podium in Scheltema het publiek naar hun mening over het liedje van Ewbank door handen opsteken. Bij de vraag wie het liedje leuk vond, stak echter maar één persoon zijn hand op, een vriend van mij, en alleen maar omdat ik hem daartoe dwong. Ik zei tegen de rest dat er een speciaal veldje voor hen was gereserveerd om te protesteren, ergens buiten de stad waar niemand ooit komt. Ik noemde Leiderdorp. Daarbij besefte ik onmiddellijk dat de zaal dan wel erg leeg zou worden en het veldje in Leiderdorp erg vol. Na mijn optreden volgden nog optredens van muzikanten en een toneelgroep. Het zou dan ook opportuun zijn om de rest van de voorstelling in Leiderdorp voort te zetten. Enfin, leve de heropstanding van beschaafde satire.
Sinds 2010 doe ik aan stand-upcomedy. Dit doe ik voornamelijk om wat flair te geven aan mijn bestaan. Het is erg leuk en ook gezellig. In het prachtig gekleurde grappenmakerscircuit kom je elkaar telkens weer – in een wisselende samenstelling – tegen, ergens in het Nederlands taalgebied. En er komen constant nieuwe mensen bij, welke dan al snel toetreden tot de elitegroep der facebookvrienden.
Ik ga altijd met het openbaar vervoer naar mijn optredens in het land. Het komt regelmatig voor dat ik uiteindelijk met collegae mee terugrijd per automobiel. Dat is wanneer de pret pas echt begint. Op zich wel begrijpelijk natuurlijk. Prop een zootje komieken een paar uur samen in een kleine cabine en je krijgt geheid hilariteit, dan wel creativiteit. Zo ook gisternacht. Na een optreden in Café Sam te Zwolle ging ik nog even stappen met een drietal jonge komieken (samen waren we met z’n vieren dus) en één was de BOB. Ik niet, daar ik auto noch rijbewijs bezit. Een fraaie Lexus, met twee topMarokkanen voorin en ik met een toffe gozer uit Wageningen achterin, reed uiteindelijk van Zwolle naar Utrecht. Dit creatieve, bonte gezelschap begon spontaan improviserend te rappen. Okee, ik heb daar dus helemaal geen kaas van gegeten. Maar dat mocht de pret niet drukken. Ik hanteerde de camera al. Zie hier de film.
Zo, ik ben een paar dagen naar Madrid geweest, met een Eindhovens gezelschap bestaande uit mijn broer en twee amigos. Aangezien de Eindhovenaren allen een achtergrond in bouwkunde hebben, werd er bijzondere aandacht geschonken aan de rijke architectuur van de Spaanse hoofdstad. Daarnaast was er ook gewoon plezier, waarbij de nodige cervezas werden weggetikt. Als ik binnenkort weer in de Toomler te Amsterdam speel (op 3 april aanstaande) dan zal het Madrileense avontuur zeker de revue passeren, want het was erg leuk. Ik heb er een mooie film over gemaakt. Het is aardig om helemaal af te kijken, zeker als u de komende elf minuten en vijf seconden van uw leven even niet hoeft te werken. Persoonlijk word ik wel blij van het einde van deze film, met “wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen”.
Als u nog meer tijd beschikbaar heeft: hier ziet u meer films van mij en hier gaat het specifiek over buitenlandse reizen. Adios y saludos, oftewel houdoe en de groeten.
Ik was dit weekeinde even lekker weg, ergens op het Zuidelijk Halfrond. Twee dagen verbleven in de Outback van Osstralia (ook wel Oss genoemd) met een groep studenten en ook nog een dagje Oeteldonk meegepakt, alwaar ik een familiefeestje had. Dit alles in mijn nieuwe Aussie. Dat wil zeggen, een kangoeroepak, waarvoor ik nog diep in de buidel heb moeten tasten. Ondertussen heb ik twee keer mogen optreden. Dat waren fijne gigs. Enfin, ik kan hier verder wel een lang en ongeloofwaardig verhaal schrijven, maar da hoef nie. Bekijk de film zelf maar. In deze komische documentaire kunt u ook de inheemse Osstralische fauna aanschouwen. U ziet naast een kangoeroe, onder meer fel gekleurde konijnen (volgens eigen zeggen een bedreigde diersoort) en een os die een toetje eet. Het was feest, down under de grote rivieren.
Wat niet iedereen weet is dat ik een Aboriginal ben. Ik ben geboren down under de grote rivieren (d.w.z. Neder-Rijn, Lek, Waal, Merwede en Maas). Maar ik ben erboven opgegroeid, alwaar men niet bekend is met de traditionele carnavalscultuur van mijn volk. Ik moest de Leidse studenten, waar ik het eerste deel van dit avontuur mee vertoefde, wel een beetje inleiden. Maar een (kan)goeroe als ik, kan dat uitstekend. Zoals u aan het einde van de documentaire kan zien, is Leiden met carnaval een totale spookstad geworden. ‘Carnaval’ wordt in Leiden en omstreken dan ook standaard uitgesproken met een vraagteken erachter. Het zij zo.
“Dames en heren, vanwege het feit dat er vandaag sprake is van weer, zijn er vertragingen. Wij vinden de overlast ook heel vervelend. Ter compensatie bieden wij u een gratis kopje koffie aan bij de Kiosk, waarvoor u een half uur in de rij moet staan. Maar het goede nieuws is, u hoeft niet bang te zijn dat de trein in de tussentijd arriveert.”
En daar sta ik dan, met mijn vers veroverde cappuccino in de snerpende kou op een overvol perron. (In feite hoefde ik maar tien minuten te wachten, ook op mijn koffie, maar het voelde langer). Er rijden weliswaar minder treinen, maar daar staat tegenover dat er nu meer mensen per spoor moeten reizen. Dus dat scheelt dan weer. Naast mij op het perron staat zo’n naprater die zegt “ja in Rusland rijden de treinen wel”. Ik hoor het elke dag weer. Zouden deze mensen door hebben dat ze totaal niet origineel zijn? Mijn reactie: “wat moet je in Rusland doen dan?”
Als de trein eindelijk nadert, stouwen de nette mensen zich snel voor het plekje waar de trein vermoedelijk tot stilstand zal komen. Als de treindeuren op net even een ander plekje verschijnen, schuifelt het hele zootje mee. Een uiterst smal gangpad ontstaat voor de uitstappende mensen, die weer sluit zodra het grootste deel van de treinverlaters gepasseerd is. De laatste uitstappers moeten tegen de stroom in. Ervaren sardientjes kunnen dit. Het blijkt dat veel mensen die dezelfde kant uit moeten, zo slim zijn geweest om al een halte eerder in te stappen, want de trein is reeds gevuld. Ik strand in een volgepropt voorportaal. Vlug zet ik mijn tanden op de rand van het kartonnen bakje cappuccino, waardoor mijn handen vrijkomen. Met de ene hand pak ik een paal vast en met mijn andere hand prop ik de sokken die als handschoenen dienen, in mijn jaszak.
Als de deuren dicht zijn geschoven, accepteert men langzaamaan de status quo en ontstaat er zowaar een soort gemoedelijkheid tussen de sardientjes. We zitten tenslotte allemaal in hetzelfde blik. Even wordt de gemoedelijkheid verstoord als er iemand zich bruut duwend en klagend door de massa heen manoeuvreert. Als de mopperkont voorbij is, maakt er iemand een snijdend harde opmerking in de trant van ‘nou moe’, waarover snel consensus bestaat tussen de ingeblikten, waardoor de eenheid wederkeert. Op dat moment pak ik – met het bakje koude cappuccino nog aan de bek hangend – een pen uit mijn binnenzak en begin deze column te schrijven op de achterzijde van de Spits. Mijn collegae sardientjes zijn inmiddels reuze benieuwd naar wat ik aan het doen ben. Welnu, dit is journalistiek.
We begeven ons in een Sprinter. Dat wil zeggen dat het treintje bij elk station stopt. In de buitenwijken wil niemand uitstappen, maar er willen wel mensen mee met deze welvaartstrein. Er is nog iemand die roept dat vol toch echt vol is, maar daar lijken de nieuwe reizende arbeiders geen boodschap aan te hebben. Neem het ze eens kwalijk. Ze hebben meestal al een barre tocht achter de rug en willen zo snel mogelijk de ellende (van de kou op het perron) ontvluchten. Ze worden echter ternauwernood getolereerd door de mensen die er het eerst stonden. Die denken niet meer terug aan de tijd dat ze zelf de nieuwe sardientjes in het blik waren. Dat was tenslotte zeker alweer tien minuten geleden.
Als de trein afremt, en iedereen weer een beetje over elkaar heen valt, schrijf ik nog snel het bovenstaande grapje op. Eindelijk is de trein op zijn eindbestemming gearriveerd. Wat een opluchting. En dan nu de tram in …
Iets anders: aanstaande zaterdag en zondag treed ik eindelijk weer op in het comedycircuit! Zaterdag 26 januari om 13:00 voorronde Grifioen Zuidplein Cabaret Festival in Amstelveen. Dezelfde dag om 20:00 in Café Haagsche Hout te Den Haag en zondag om 20:00 in Café De Zaaier in Wageningen. Kom gerust kijken.
Red uzelf voor het te laat is! De Gregoriaanse kalender loopt af en dit kan maar een ding betekenen: het einde van 2012 is aanstaande! Bovendien, deze weblog bestaat uit ongeveer 1358 woorden. Als je dat op een bepaalde manier omrekent, krijg je 2013. En als je de letters van deze inleiding op een geheimzinnige volgorde zet, staat er: “red uzelf voor het te laat is.. het einde van 2012 is aanstaande!” Het kan allemaal geen toeval zijn. Het zijn voortekens.
Kern van deze weblog: een Sijmster.nl-jaaroverzicht (met veel koppelingen!)
Het enige wat er voor mij nog opzit, is om terug te kijken op het jaar. Tweeduizendtwaalf begon in de maand januari. Dat was al geen toeval. Het komt door het magische getal twaalf. Tweeduizendtwaalf bestaat namelijk uit twaalf maanden. Twaalf gedeeld door twaalf is één. Welnu, deel één van de Gregoriaanse maandencyclus heet januari.. Daarom begin ik dit jaaroverzicht met een weblog die ik in januari 2012 publiceerde.
You don’t know what happened man, You weren’t there man.
Ceci n’est pas un employé hautement qualifié
Schuursponsjes. Eind 2011 had ik bijstand aangevraagd. De Gemeente Leiden vond het echter zo sneu dat een gezonde academicus vanwege het economisch getij in de bijstand terecht kwam, dat ik vanaf aanvang 2012 door hen aan het werk werd gezet. Zes weken van mijn leven werden besteed aan het plaatsen van schuursponsjes in dozen, het dichtvouwen van de dozen en het plakken van stickers op de dozen. Wat een feest was dat. Ook ging ik in deze periode op visite bij een paar Occupykampbewoners (weet nu nog, die malle gasten) in Den Haag. In een kleurrijke slinger liepen we van het kamp dwars door de Hofstad naar een andere locatie, alwaar een landelijke ontmoeting van deze hardnekkige hippies plaatsvond. Dit was erg leuk. Lees het hier allemaal terug.
Geflopte cursussen en Olympische sporten. In februari ging de sleur nog even lekker door. Ondertussen volgde ik zogenaamd allemaal cursussen waarin ik faalde. Zo deed ik een kookcursus, maar veel bakte ik er niet van. En ik had mij aangemeld voor een skicursus, maar vanaf dat moment ging het snel bergafwaarts. En nog veel meer van dat soort woordspelingen. Lees het hier. Voordat de Olympische Zomerspelen in Londen werden gehouden, schreef ik een soortgelijk artikel over sporten waarin ik zogenaamd faalde.Zo schreef ik bijvoorbeeld: “bij het zeilen moest ik bakzeil halen, met hockey kreeg ik het aan de stok met de bal en bij het tafeltennissen kwam ik niet door de dopingpongcontrole” en ga maar zo verder. Hilariteit alom. Lees het hier.
Avontuur in Oxford en een beetje Praag (non-fictie). In april ging ik weer iets totaal anders doen. Op de website van de Universiteit Leiden vond ik de mogelijkheid om tijdelijk (onbetaald) te werken aan de Universiteit van Oxford bij een instelling genaamd ‘the Europaeum’. Dat heb ik gedaan. Het was een enerverende tijd. Ik heb onder meer een workshop in Praag georganiseerd, waaraan ik ook zelf meedeed. Aan Praag en Oxford heb ik goede vrienden en ervaringen overgehouden, maar helaas, meer niet. Het was niet mogelijk om er direct een betaalde baan uit te slepen. Ik wilde gewoon bezig blijven en mijzelf blijven ontwikkelen.
De Nieuwe Sijmen! Begin juni 2012 kwam er een nieuw tijdschrift op de markt. Het droeg de onweerstaanbare titel De Nieuwe Sijmen! “Hét hippe en levensstijlbepalende glossy magazine (een tijdschrift gedrukt op glanspapier) voor de zelfbewuste, moderne, ondernemende, ambitieuze, blabla, werkloze” Het eerste en enige nummer ging onder meer over een beschonken auditie bij Talpa en het kopen van een appeltaartje in een supermarkt. Het blad ging ook over de toonbank als warme appeltaartjes in de aanbieding. Zogenaamd dan, want het blad is fictief. De verhalen zijn wel echt. Althans, grotendeels.
Stand-up comedy. Nu weer in de categorie non-fictie: ik heb dit jaar nieuwe paden betreden in de comedywereld, namelijk betreffende de organisatie en presentatie van evenementen. Zo heb ik in juli 2012 een tweedaags comedy-evenement georganiseerd op een groots festival in Veghel. Het evenement noemde ik Slokdarmcomedy.
Videomontage. Nadat ik een vakantie met twintig vrienden in Split (Kroatië) had gevierd, ben ik aan de slag gegaan met de videomontagetechniek ‘split screen‘. Ik heb niet alleen het vakantiefilmpje op deze manier bewerkt, maar ook een aantal oude films die hierdoor sneller en levendiger werden. Eerlijk gezegd werd het een beetje verslavend. Alles moest voorts gesplitst worden. Om maar een voorbeeld te noemen: ik maakte in de zomer kanotochtjes over de Leidse grachten, teneinde de beelden later te monteren met een winterfilm (‘De Leidse Eenstedetocht’) die ik begin dit jaar maakte. Zie mijn openbare videos hier: http://www.youtube.com/user/Sijmster/videos
Forens. Ik ging mijn sollicitaties steeds meer richten op mediabedrijven. Uiteindelijk werd ik uitgenodigd voor een gesprekje bij een tv-productiebedrijfje in Den Haag, welke programma’s voor regionale televisie maakt [zie: infothuis.tv; ik heb o.m. de programma's Huisstijl en De Straat gemaakt]. Ze boden mij een proefcontract aan, maar vanwege de dramatische economie kon het helaas niet omgezet worden in een echt contract. Toch werk ik er met plezier. In september heb ik – in mijn eigen tijd – een filmpje gemaakt een een blog geschreven over mijn dagelijkse reis tussen Den Haag en Leiden. NB: dit staat dus geheel los van de tv-producties die ik sindsdien mede tot stand heb gebracht. Voorbeelden daarvan kun je hier zien.
Het einde nadert.
Tegen het eind van het jaar was de wereld even in de ban van Maya de Bijgelovige. De Mayakalender zou op 21 december j.l. verlopen. De dag voor mijn verjaardag (22 december) zou daarmee de dag zijn waarop de houdbaarheidsdatum van alles op de wereld ineens zou verstrijken. Dat klonk mij zo aannemelijk in de oren dat ik al het bier, koek en taart voor mijn partijtje toch maar voortijdig verorberd heb. Je hebt tenslotte weinig aan een volle koelkast als alles vergaan is. Enfin, het komt er uiteindelijk op neer dat de gasten op mijn (verder heel gezellige) post-apocalyptische verjaardagspartijtje niet eens koek konden happen. Immers, de koek was op.. op de gehele aarde.
Nee hoor, gekkigheid. Ik wist dat de aarde niet zou vergaan op 21 december. Zo dom ben ik ook weer niet. Nostradamus had namelijk voorspeld dat de Mayaanse voorspelling niet uit zou komen. De Maya’s hadden op hun beurt de eerdere apocalypsvoorspellingen van Nostradamus onderuit gehaald. Daarmee bleek toch weer dat ze allebei gelijk hadden. “Eat your heart out, Nostradamus“, riepen de Maya’s na de eerste geflopte zondvloed, verwijzend naar zo’n eng ritueel van ze. Nostradamus reageerde door te zeggen dat de Maya’s alleen maar jaloers op hem waren, vanwege zijn mooie broek. En zo werd er lang gesteggeld. Inmiddels bestaan zowel de Maya’s als Nostradamus allang niet meer, dus in zekere zin waren zij hun tijd ver vooruit.
Maar waar komt de mythe, dat de aarde zou vergaan als gevolg van het aflopen van een kalendertje, vandaan? Toch niet van de Maya’s zelf? Hun religie was namelijk gericht op een cyclisch bestaan. Het einde van de kalender is dus eerder de aankondiging van een nieuw begin en niet van het einde der tijden. Voorspelden ze niet gewoon oud & nieuw? Maar dan hecht ik toch meer waarde aan de Gregoriaanse kalender. Die voorspelt dat oud & nieuw plaatsvindt tussen 31 december 2012 en 1 januari 2013 aanstaande. We zullen zien wie het meest gelijk heeft.
Ik werk sinds kort als redacteur in 070, waar ik onder meer dit schrijf. Zodoende reis ik elke dag heen en weer tussen Leiden en Den Haag. Ik heb er dit filmpje van gemaakt. Met dramatische muziek.
Woensdag zoveel september 2012. Het is 8:31 in een Haagse tram. Ik en mijn medepassagiers zitten of staan als zombies voor ons uit te staren, net te doen of we ons niet een klein beetje storen aan – of allerminst verwonderen over – de harde ‘muziek’ die een gozert aan het beluisteren is. Weliswaar heeft hij oordopjes in, maar ik denk dat ze verkeerd-om zitten, naar buiten toe. Ik kan mij in ieder geval niet voorstellen dat hij deze wanklanken zelf nog harder hoort. Een dergelijke vergissing zie ik deze jongeman wel maken. Hij is tenslotte ook al zijn riem vergeten vandaag, om zijn broek omhoog te houden, de stakker. Zijn broek zit nu op half zeven. En dat om half negen. Heeft zich kennelijk vergist met de wisseling zomer- / wintertijd. O wacht, hij heeft toch een broekriem, een hele grote zelfs? He? Ik snap het niet. Doch, in essentie zijn we hetzelfde: ik moest laatst ook mijn broek ophalen. Maar dat was bij de wasserette. Over wintertijd gesproken, hoeveel winterjassen zal meneer Eskimo aantrekken als het winter is?
Met dit soort verwerpelijke, doch onderhoudende gedachten in mijn hoofd laat ik mij van A naar B – en aan het eind van de dag van B naar A – vervoeren, zoals het een normale ov-forens betaamt. In de tussentijd werk ik met veel plezier en koffie op een kantoor. Waar ik weliswaar nog steeds de hele dag (voorlopig onbetaald) naar een monitor zit te staren, maar nu met ietsje meer toekomst in het vizier. Dat is het grote verschil met twee-en-een-halve week geleden, toen ik nog geen werkgevert had en verveeld onbezorgd het nieuws over mijn balkon presenteerde, vanaf mijn POÄNG Fauteuil op mijn Leidse kamertje. Ik hoefde nergens heen. Behalve dan naar de overkant van de straat en terug om mijn balkon even vanaf een andere hoek te kunnen filmen, maar dat mag toch geen woon-werkverkeer heten.
Het leven was op zich wel okee, maar aan de andere kant, veel te vertellen had ik niet. Dat werd dan ook het uitgangspunt van het onderstaande bulletin. Het gaat nergens over. Het is hooguit een illustratie van het dagelijks leven van een werkloze man. Er zijn verschillende manieren waarop hij zijn onvermijdelijk opschuivende leeftijd kan ontkennen. Die een gaat X-boxen (dat is niets voor mij) en de ander doet creatief.
Nieuws moet zo nodig steeds dichterbij gebracht worden; van wereldnieuws naar regionaal & plaatselijk nieuws of zelfs straatnieuws. Van de situatie in de Balkan naar de situatie op mijn balkon, zeg maar. Eindelijk nieuws dat niet over oorlog, honger, verkiezingen of crises gaat. Of over iets anders, wat dat aangaat. Het zit er dik in dat het volgende bulletin alleen over de inhoud van mijn koelkast gaat. NB: Mijn koelkast is leeg. Kun je nagaan..
—
Laat even weten als je hierboven niets ziet. Als je alleen een zwart vlak ziet, dan komt dat niet door extreem matige belichting, maar door de instellingen van je computer. Kijk anders hier even. Groetjes.
Mijn vakantie in Split in Kroatië (met mijn vriendjes van BLOQ) heeft mij geïnspireerd tot het maken van filmpjes met een nieuwe techniek, split screen. Oftewel, twee beelden in één scherm. Het maakt de films sneller en levendiger, denk ik. Zie hier.
Sinds de bovenstaande productie heb ik een aantal van mijn oude films op deze manier bewerkt. Zie bijvoorbeeld mijn films over Ukraïne en Galway. Vandaag is mijn nieuwe movie in première gegaan! Het gaat in essentie over de levendigheid van de Leidse grachten.
Het verhaal achter de film. In februari 2012 zette ik een filmpje op youtube genaamd “De Leidsche Eenstedetocht” [klik]. Hierin maakte ik een bescheiden tocht door Leiden over het ijs, met grappige teksten over de heldhaftigheid van deze ‘Leidse Tocht der Tochten’. Het was een parodie op de hetze rond de Elfstedentocht, die toch niet doorging dit jaar, en de film De Hel van 63. Nu heb ik dezelfde route met een kano afgelegd (op 29 augustus j.l.) en gecompileerd met de beelden van februari. Tevens heb ik beelden toegevoegd van drie evenementen in Leiden in de maand augustus en begin september 2012, welke op dezelfde grachten werden gehouden. Het betreft: het Watersportfestival van de EL CID (14 augustus j.l.), het Rapenburgconcert (31 augustus j.l) en de Leidse Waterdagen (2 september j.l., vandaag dus). Er is zelfs stiekem een stukje uit Madurodam, over het Rapenburg, ingeplakt. Dat allemaal in minder dan acht minuten! Het is dus nogal druk en experimenteel, dat weet ik. Wat dat betreft past het goed bij deze webstek.
Moe van alle tegenslagen, besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik wilde nu iets doen waarin tenminste eer te behalen valt; de Olympische Spelen in Londen. Om daaraan mee te mogen doen, moest ik wel weer een aantal nieuwe cursussen doen. Ik vestigde mijn hoop eerst op een cursus triatlon. Dat was echt iets voor mij. Klein nadeel: ik ben alleen nog niet zo goed in de onderdelen zwemmen (daar word ik nat van), fietsen (dat kan ik wel, maar dan heel langzaam en tot de supermarkt) en hardlopen (vind ik zo’n gedoe). Dus dat werd het uiteindelijk toch niet.
Bij het zeilen moest ik bakzeil halen, met hockey kreeg ik het aan de stok met de bal en bij het tafeltennissen kwam ik niet door de dopingpongcontrole.
Dan maar atletiek. Ik dacht, ik zie wel hoe ver ik kom. Welnu, bijna twee meter, bleek bij het verspringen. De honderd meter sprint is ook helemaal mijn discipline. Het is gewoon twee-en-een-halve minuut voluit genieten bij mij. Alleen bij het hoogspringen legde ik de lat iets te hoog en hordelopen vond ik hinderlijk.
Een van mijn speerpunten bij de kwalificaties was Olympisch Goud. Ik werd hierdoor echter gediskwalificeerd bij het speerwerpen. Ik moest een andere punt gebruiken. Daar hadden ze wel een punt, maar daar kom ik niet veel verder mee. Raar eigenlijk, die werpsporten. Het is toch ver-werpelijk allemaal? Kogelstoten bijvoorbeeld, vind ik afstotelijk. Op een gegeven moment ging ik met argumenten smijten, bleek het betreffende onderdeel achteraf toch niet discussiewerpen te heten. Al met al was ik niet heel succesvol. Bij het kogelstoten deed ik nog wel een gooi naar de prijzen, maar dat werd niet gewaardeerd door de jury. Je kan in ieder geval niet zeggen dat ik er met de pet naar gooide. Het was echt een kogel.
Genomen op Leiden CS
Het punt is dat er teveel Olympische Sporten zijn. Ik kan daardoor niet kiezen waar ik een gouden medaille in ga halen. Ik heb namelijk niet zoveel tijd. Vandaar mijn plan: Olympische sporten moeten worden samengevoegd tot nieuwe onderdelen. Schermen en taekwondo bijvoorbeeld. Ze zouden het nieuwe onderdeel dan ‘steekwondo’ kunnen noemen, klinkt lekker gewelddadig. Of alle vecht-/zelfverdedigingssporten (taekwondo, judo, worstelen boksen) samenvoegen en dat gewoon ‘ravotten’ noemen. Voeg er dan nog schermen aan toe en het is zowaar nog prikkelend ook.
Of combineer een willekeurige sport met de schietsport. De spelregels zullen versimpelen: wie blijft leven wint het spelletje. Bijkomend voordeel: de wedstrijden hoeven dan ook niet meer zo lang te duren.
Ook alle zwemonderdelen zouden moeten worden verenigd in slechts één spetterende estafette. Dus schoolslag, vlinderslag, de Franse slag, borst- en rugcrawl, schoonspringen, reddingszwemmen (met en zonder pyjama), bommetje, 50 x 5 meter snorkelen, fiets ‘m der in, tobbedansen, Siciliaans betonblokduiken, naaktzwemmen, waterpolo, ontdooid ijshockey, 100 meter synchroonzwemmen, jacuzzieduiken en weet ik veel waar ze tegenwoordig allemaal medailles in weggeven, gewoon in drie baantjes, hatseflats. Ze zouden ook – in plaats van dit alles – de medailles ergens op de bodem van het zwembad kunnen leggen. Wie er eentje vindt, mag ‘m houden. Overigens vind ik dat de schoolslag verboden moet worden in de vakantieperiode. Alleen de vrije slag is dan toegestaan.
Een groot aantal sporten combineer ik zelf al met synchroonwegzappen. Ik bedoel, ik kijk bijvoorbeeld graag naar schermen, maar dan moet er wel iets boeiends te zien zijn op die schermen.
Tenslotte, sommige dingen ben ik gewoon al te goed in. Hoef ik geen cursus voor te doen. Gewichtheffen bijvoorbeeld. Heftige sport, ben ik sterk in. Ik wil er alleen niet te zwaar aan tillen. Voor het onderdeel roeien heb ik mij al gekwalificeerd, dacht ik. Ik heb de concurrentie er namelijk uitgeroeid. Binnenkort moet ik echter voor een rechtbank verschijnen, want het schijnt verboden te zijn om je concurrenten uit te roeien. En kanovaren, daar ben ik supergoed in. Ik mag het alleen niet meer doen van de KaNO-arts. Ik ben tenslotte ook een talent in turnen. Al beweren boze tongen dat ik over het paard getild ben. Malle sport eigenlijk, de paardensport. Zeker de dressuur. Dat gaat altijd gepaard met veel hilariteit. Ik zou een paard graag eens willen zien moonwalken of shufflen, maar dat even terzijde.
Er doen dit jaar ook ‘Onafhankelijke Olympische Deelnemers‘ mee. Opvallend. Ik vroeg vorige week nog aan een turner: “Zonderland kun je zeker niet meedoen aan de Olympische Spelen?” Waarop Epke reageerde: “Hoezo? Ik ben toch gekwalificeerd?” [Voor meer grapjes over Epke moet ge het speciale Epke-Appke downloaden, denk ik].
Om eerlijk te zijn, het zou ook best kunnen dat u mij dit jaar toch niet zult zien tijdens de Olympische Zomerspelen in Londen. Misschien sla ik het een jaartje over. Ik doe volgend jaar wel mee. Hieronder ziet u hoe de Spelen in Leiden te volgen zijn. [Als je hieronder niets ziet, klik dan hier].
Enfin, dat was het voor nu. Hoogstwaarschijnlijk pas ik dit artikel nog vijf keer aan, met meer grapjes. Dus hou het in de gaten. Ik zou het heel leuk vinden als u hieronder bij ‘comments’ uw bevindingen toevoegt. Lees hier de oorspronkelijke weblog over ‘Cursussen zonder Succes’, met welk dit verhaal later zal worden samengevoegd. Ik heb overigens ook een keer een stukje geschreven over de Winterspelen, zie hier.
Afgelopen weekeinde heb ik twee Comedyshows georganiseerd. Ik noemde het geheel ‘Slokdarmcomedy’. Wellicht doet deze naam uw wenkbrauwen lichtelijk fronsen. Terecht, het is een eigenaardige naam. Het komt van het Slokdarmfestival, een gigantisch tweejaarlijks festival in Veghel, op welk ik – als primeur – een stand-up comedygedeelte mocht verzorgen, op vrijdag 29 juni en zaterdag 30 juni 2012. Het werden twee verschillende shows met negen artiesten in totaal (vier + mij op vrijdag en vier + mij op zaterdag). Zie ook hierrr. Het was mooi.
De nieuwe glossy De Nieuwe Sijmen! ligt in de schappen.
‘Ik heb gisteren een appeltaartje gekocht in Valkenburg, omdat het kan‘. Behalve dat het echt waar is, is het ook de titel van een meeslepend artikel in De Nieuwe Sijmen!, hét super hippe en levensstijlbepalende glossy magazine (een tijdschrift gedrukt op glanspapier) voor de zelfbewuste, moderne, ondernemende, ambitieuze, blabla, werkloze (m/v).
DNS is hip omdat het tijdschrift slim meelift met de hedendaagse trends en zich daarnaast speciaal richt op de doelgroep:
Heel druk doen over (het niet hebben van) een baan, partner, huis, kids en hobby’s.
Eindeloos gemijmer over (het niet hebben van) seks, nu met een extra dikke bijlage over internet.
Ruim voldoende overbodig en onzinnig Engels.
Mode, sorry fashion, sorry onzin.
Een culinaire column over kant-en-klare appeltaartjes.
Alles over glitter, glamour en andere SOA’s.
Roddels over mijn buurvrouw (Wat doet zij dan de hele dag? En wat zou ze daarbij aanhebben?).
En drie pagina’s met louter uitroeptekens!!!
-
Heden in de winkel voor een trendy prijs, en met gratis appeltaartkruimels tussen de pagina’s verstopt, als je geluk hebt. Zonder meteen teveel weg te geven over de nieuwe editie van De Nieuwe Sijmen!; het was een verrekt lekker taartje! Hieronder ziet u alvast samenvattingen van enkele van de must-read artikelen. Zo gaat het eerste artikel over wat een alleenstaande werkloze met ambitie zo mee kan maken op een willekeurige dag (als hij eens een keer niet doelloos als een zombie op een muis zit te klikken, zich eindeloos te verbijten hoe hij vanachter zijn laptop zijn energie en voortplantingsdrang kan vergelden).
‘Ik heb vanochtend een appeltaartje gekocht in Valkenburg, omdat het kan’
De gepassioneerde werkzoekende van vandaag gaat af en toe fietsen om inspiratie op te doen. Zo ook uw razende reporter, maar dan gisteren. Hij maakte dit huiveringwekkende verslag:
Op een druilerige dag genaamd woensdag, fietste ik met 7 km/u van Leiden over een afstand van vier kilometer naar Valkenburg. Dat wil dus zeggen, Valkenburg Z-H, want Valkenburg in Limburg is veel te ver fietsen. Bovendien zijn daar heuvels en ik ben Malle Pietje niet. Enfin, aangekomen in Valkenburg bij Leiden zag ik een supermarkt. Nadat ik mijn fiets op slot had gezet, benaderde ik de winkel te voet. Toen gebeurde er iets. De deur ging automatisch open toen ik er vlakbij stond. Alsof er niets aan de hand was, liep ik verder de winkel in. Er waren schappen, levensmiddelen en caissières. Eigenlijk alles wat je van je moderne supermarkt mag verwachten. In een van de schappen zag ik een sterk afgeprijsd appeltaartje liggen. Bij de AH in Leiden is hetzelfde verse appeltaartje Euro’s duurder! Ik besloot om het appeltaartje aan te schaffen. NB: de uitgebreide persoonlijke overwegingen die hierbij een rol speelden, staan volgende maand in de superdikke editie van DNS over afslanken.
appeltaartje €2,99
Het afrekenen verliep vlekkeloos. De blonde caissière heette Sylvia, want dat stond op haar speldje. Voorts plaatste ik het product in mijn rugzak (een must-have voor ieder persoon die wel eens van A naar B gaat) en ik fietste terug naar mijn crib in Leiden. Hier heb ik het appeltaartje reeds gedeeltelijk verorberd. Een beetje slagroom had wellicht lekker geweest bij dit appeltaartje, maar dat had ik niet in huis. Desalniettemin ging het taartje er goed in.
Lifestyle: Geld en Aanzien. (Stiekem reclame)
Hippe mensen, zoals tienermeisjes, zitten de hele dag aan hun mobiele telefoons te frunniken. Dat komt omdat ze constant berichtjes op dat apparaat binnenkrijgen van mensen die hen bewonderen, en dit komt weer omdat ze zo populair zijn.
Stelt u zich eens voor dat u zich ook zo populair zou kunnen voelen als zo’n tienermeisje. Welnu, dat kan nu met de vernieuwde, wetenschappelijk onderbouwde methode van Dokter Sijmen. Het gaat zo: maak dagelijks een geldbedrag over naar Dokter Sijmen via iDEAL. Dan krijgt u een sms’je van de bank met de betaalcode. Als u het geluidje van het sms’je hoort en uw verstand helemaal op nul zet, dan denkt u heel even ‘oeh een sms’je voor mij, ik ben echt wel populair’. Ik kan u eventueel daarna een sms’je sturen waarin staat hoe hip en gewild u daadwerkelijk bent. Het aantal uitroeptekens dat ik hierin bezig is afhankelijk van de hoogte van het bedrag dat u stuurt. Kortom: twee sms’jes plus een bevestiging van uw hipheid voor slecht één betaling per dag, maar meerdere mag ook. Duizenden mensen met aanzien gingen u al voor. Echt een must-do dus.
Fashiontips
Schoenen zijn ook helemaal 2012. Kijk maar eens naar de beroemdheden, die dragen vaak ook schoenen.
Omdat ik zo onwijs hip ben, moet ik mij altijd onderscheiden van het gepeupel én de high society. Maar tegelijkertijd ben ik onbewust een trendsetter. Iedereen doet mij altijd na, waardoor ik dus continue van stijl moet veranderen om mijzelf te onderscheiden. Het is best vermoeiend. Ik heb ook echt een gave wat betreft het voorspellen van de mode van morgen. Namelijk, hetgeen ik morgen aanheb. Zo denk ik dat de kleur oranje de komende week helemaal in gaat zijn, wedden? Fingerspitzengefühl is dat.
Verder: met een gebruikte onderbroek op je hoofd lopen kan echt niet meer op je 32ste. Sowieso, retrobruine remsporen zijn uit. Misschien kan het in het najaar weer wel. Dat geldt ook voor spijkerboerka’s met geprepareerde gaten en augurkroze sportklompen. Ik bedoel de combinatie, dat wordt niet meer stijlvol gevonden. Alleen als men tegelijkertijd wordt gezien met een boekje van Herman Brusselmans, dan is het een ander verhaal. En tenslotte, volgens trendwatcher Frank Brasser is de Sijmenlook een hit aan het worden onder clochards. Geef ze eens ongelijk. U kunt er binnenkort alles over lezen in hun lifestyleblad, de Straatglossy.
Lekker Eten met Sijmen
De sterren ontkennen het soms, maar iedereen doet het of wil het (stiekem) binnenkort doen. Het is een onmiskenbare trend in lifestyle: eten. Uit onderzoek blijkt nu zelfs dat de meerderheid van de mensen graag lekker eet. Onze hoofdredacteur vroeg gisteren aan de meest trendy persoon op kantoor, zichzelf: wat doe ik met het eten? Ik antwoordde heel nuchter: “Welnu m’n beste ik, ’s ochtends eet ik een tarte aux pommes en ‘s avond doe ik even mangiare di magnetroni, omdat ik het zo onwijs druk heb en omdat het gewoon helemaal woensdag 6 juni 2012 is of course”. Wat een stijlvol figuur ben ik toch. Het is knap dat de hoofdredacteur van DNS! al die tijd toch zo normaal is gebleven en niet dik. Een trendy accessoire voor elke zelfbewuste vrouw, zou je kunnen zeggen. Reageer snel als jij er ook eentje wilt, want op = op.
Sijmen doet auditie bij Talpa (echt gebeurd)
Bij Talpa
Wat is een glossy zonder een verwijzing naar de man die glamour aan Nederland en de rest van de wereld verkoopt als zoete broodjes, John de Mol, wiens zus bovendien een eigen glossy heeft, de Linda? Dit is een retorische vraag. Het antwoord is uiteraard: niets. Welnu, zoals het een undercover journalist betaamt ben ik voor DNS! de gangen van De Mol ingedoken. Ik heb namelijk gisteren auditie gedaan (‘casting’ noemt men dat tegenwoordig) voor een quiz van John’s televisieproductiebedrijf Talpa [dat is 'mol' in het Latijn] in Laren, teneinde er nu dit verslag over te schrijven. De quiz heet ‘Wijs of Eigenwijs’. Klik hier om het hele avontuur te lezen.
Deze weblog is verdeeld in twee stukken: een plaatselijk verslag (deel I) en een beschouwing achteraf (deel II).
Deel I: Plaatselijk Verslag Oxford
Dear Sir / Madam,
Heden woon en werk ik tijdelijk in Oxford, voor een stage bij the Europaeum, een instelling die gelieerd is de plaatselijke universiteit. Dit is mijn tweede werkervaring in Engeland. Het is best een bijzonder verhaal. Lees daarom gerust verder. Eerst vertel ik iets over Oxford.
De beroemde geleerde Lord W. Ikipedia vertelt ons over deze plaatsnaam: “De naam Oxford betekent hetzelfde als Coevorden (..) Een voorde (“ford“) is een doorwaadbare plaats in een rivier waar boeren hun ossen (“oxen“) konden laten oversteken.” Dus dat weet u dan ook weer. Ik heb een toeristisch filmpje gemaakt over het Engelse Coevorden, u kunt ‘m hier zien (klik) of hieronder als uw browser het toestaat. Jolly good.
Mijn huis
Ik heb een kamertje gevonden in een fijne buitenwijk van Oxford, zo’n 15 minuten fietsen van het centrum en 25 minuten van mijn werk. Mijn huisbaas is een typische relnicht die door het gebruik van proteïnepoeder nogal opgefokt is, maar ongetwijfeld goede bedoelingen heeft. Het is een Syriër. Mijn overige huisgenoten zijn: een overmatig paffend Roemeens stelletje, een sportieve kale Slowaak, een Pakistaan (vermoed ik) met een gigantisch aquarium in zijn kamertje, en een kleine dikke zwarte man met een overdreven Oxford’s accent (Queen’s English) die elke zin begint met de woorden ‘to be honest with you‘, waardoor je telkens bang bent dat hij je de harde waarheid gaat vertellen, maar dan blijkt het slechts een mededeling van huishoudelijke aard.
Het zijn allemaal hele vriendelijke mensen, alleen mijn huisbaas spoort niet zo. Ik heb het best naar mijn zin in het huis. Na mijn werk zit ik even te chillen in de keuken, want dat is de gemeenschappelijke ruimte. De keuken staat wel vaak blauw van de sigarettenrook, maar toch is het er fijn. Bovendien is het de enige plek om fatsoenlijk te zitten. Ik heb namelijk geen stoel in mijn eigen kamer, daar is geen ruimte voor.
De bus
Zoals u in het filmpje kunt zien, rijd ik fiets. Maar soms neem ik de bus, bijvoorbeeld als het -harder dan normaal- regent. In de bussen hier in Oxford wordt niet automatisch omgeroepen waar je bent of wat de volgende halte is. Ik neem aan dat dit een speciale, handige service (dienstverlening) is voor de mensen die liever niet willen weten waar ze eruit moeten. ‘How thoughtful‘. Ik vroeg nog aan de buschauffeur: “But what if you are not one of those people and you accidentally get off at the wrong stop and you get lost?“, waarop de Engelsman antwoordde, “Well dear chap, then you really are lodging at The Monkey.” [Vert. 'Welnu dierbare kerel, dan bent u echt in Den Aap gelogeerd'].
In datzelfde logement [Den Aap] verblijf ik als ik, lopend op de stoep, natgespetterd word door een bus die bij het passeren door een grote plas water rijdt. Dat komt hier regelmatig voor. Maar ik pak ze terug: als ik in het vervolg een bus zie rijden of stilstaan naast een grote plas water, dan spring ik snel in de plas water zodat de bus helemaal nat wordt! “Here, a biscuit from own dough” roep ik dan, om de verwarring nog groter te maken.
Ik moet wel even vermelden dat het busverkeer in Engeland levensgevaarlijk is! De bussen rijden hier namelijk vrijwel altijd aan de verkeerde kant van de weg. Men mag derhalve van geluk spreken dat de overige verkeersdeelnemers dat ook doen.
Arbeid
Plaatje van Facebook
Ik ben hier overigens niet alleen om fictieve gesprekken te voeren met buschauffeurs en nat te worden. No sir, not quite. Ik ben hier om hard te werken. Ik loop hier een prominente stage voor alumni, om mijn carrière in beweging te houden. Ik kreeg deze kans via mijn oude professor van European Union Studies in Leiden. Hij is de beste vriend van mijn baas in Oxford. Over mijn werk ga ik hierna meer vertellen, in geuren en kleuren.
Lingua franca academica?
De instelling waar ik werk heet Evropaevm. Je spelt het alsof het latijn is, de taal die -als bekend- als lingua franca in de gehele universitaire wereld wordt gebezigd om elkaar nog beter te begrijpen. Ik heb zelf geen Romeins gehad op school, dus ik moest een beetje bluffen. Ik roep dan maar wat losse kreten die ik ken uit Leiden en/of van internet: “Academia Lugdunum Batava, libertatis praesidium, ad fundum, ab micis honesta petamus, pecunia non elet, you know.” Je komt er best ver mee omdat de meeste mensen in dit wereldje net zo hard bluffen en dus ook geen idee hebben, ook in Oxford. Je knikt elkaar gewoon vriendelijk aan en drinkt dan rustig verder. Daarnaast kan ik mij gelukkig ook in het Engels verstaanbaar maken. Dat gaat mij nóg beter af.
Deel 2:De beschouwing achteraf, geschreven op dinsdag 8 mei 2012 te Leiden.
Alle gekheid op een stokje, er wordt geen woord Latijn gesproken in Ossevorde. Vanaf dit punt beschrijf ik wat er echt gebeurde, en dan met name op werkgebied. Dat is eigenlijk nog spannender dan mijn fantasie, dus lees verder..
De Europaeum is een samenwerkingsverband tussen tien Europese onderzoeksuniversiteiten, gelegen in Leiden, Oxford, Praag, Krakow, Madrid, Genève, Bologna, Bonn, Parijs en Helsinki. De Europaeum organiseert onder meer evenementen betreffende samenwerking in Europa. Wat dat betreft past het uitstekend bij mijn Curriculum Vitae. Mijn werkzaamheden bestonden uit schrijven, een beetje onderzoeken, administreren, organiseren, bellen, enzovoort. Heel gevarieerd dus. Ik werd meteen vanaf het begin in het diepe gegooid, maar ik hield mijn hoofd boven water. (Zie mijn referentie hier).
De relatie met mijn uiterst autoritaire baas verliep aanvankelijk ronduit moeizaam, hij had kritiek op werkelijk alles. Zelfs de manier waarop ik mijn broodje vasthield tijdens de pauze was in zijn ogen waardeloos. Maar hij bedoelde het wel goed en de relatie verbeterde naarmate de tijd vorderde. Toen ik er na vier weken twee jonge nieuwe collegae bijkreeg, een Ier en een Portugese, werd het zowaar gezellig op het kantoor. Op onze verdieping van het klassieke kantoorgebouw werkte ook ene Simon, een vriend van de baas. Deze oude man had zijn eigen kamer en hij werkte voor zijn eigen stichting, maar hij hoorde er toch bij. Op een avond na een gezamenlijk bezoek aan het theater, vertelde hij (met zijn typische bekakte Oxford-Engels) in de pub over zijn tijd als journalist in de Vietnamoorlog. Enfin, ik moet Simon gewoon even noemen in dit verslag, want hij maakte indruk op mij.
Praag
Een van de workshops die wij organiseerden ging over (de rol van Europa in) de aankomende VN-conferentie in Rio over de groene economie, zie hier. Deze prestigieuze Graduate Workshop ‘Rio +20′ in Praag heb ik niet alleen georganiseerd, ik heb er ook in geparticipeerd!
Ik vloog even naar Praag en terug voor een van de leukste academische evenementen uit mijn leven. Ik heb veel bijzondere workshops gezien in mijn studententijd (die ik doch reeds vele jaren geleden dacht te hebben afgesloten), zoals deze in Rusland, maar dit was een klasse apart. De voordrachten, de discussies, het debat en het VN-rollenspel waren van een hoog niveau en af en toe ook zeer vermakelijk. Ze vonden plaats in de Faculteit der West-Europese Studies van de Karelsuniversiteit.
Ik kende alle studenten (zestien in totaal) in deze workshop al, omdat ik vanuit Oxford uitvoerig e-mailcontact met ze had gehad. De aanmeldingen administreren en de contacten onderhouden behoorden namelijk tot mijn kerntaken. In Praag vervulde ik een sleutelrol, omdat iedereen mij kende en op mij terug kon vallen. Dat gaf mij een trots gevoel. Het ging er allemaal heel hartelijk aan toe.
Wat mij stiekem het meest is bijgebleven waren de waanzinnige nachten stappen in Praag, waar echte vriendschappen ontstonden. We kwamen op een gegeven moment in een ruige bar volgepropt met opgehitst jong volk, waar de naakte barlui met brandende fakkels gingen jongleren. Vervolgens lieten de oerlelijke barmannen hun torso bedruipen met likeur en lieten de jonge vrouwelijke cafébezoekers het er vanaf likken of ze spuugden de drank direct in de handmatig geopende monden van de onschuldige meisjes. Het was echt té ranzig om te zien. Desondanks lieten wij ons niet van de wijs brengen, dronken en bewogen ritmisch op de muziek.
Dit vond overigens plaats in een stampvolle kelderruimte zonder duidelijke verwijzingen naar eventuele nooduitgangen. Een ander saillant detail was dat mijn eerdergenoemde baas er de hele tijd bij was, tot in de veel te late uurtjes. Zijn hoge leeftijd weerhield hem er niet van om flink los te gaan. De volgende ochtend zouden de workshopactiviteiten om 9:00 beginnen, maar ook dat mocht geen belemmering zijn voor de feestvreugde.
Terug naar Leiden
Na het zonovergoten Praag ging ik weer terug naar regenachtig Oxford waar ik nog een weekje zou werken. Vier mei was mij laatste werkdag. Op zaterdagochtend 5 mei vloog ik terug naar Nederland om direct na aankomst met twaalf vrienden uit Leiden naar de musical Soldaat van Oranje, in een oude hangar bij Katwijk, te gaan. De reis tussen Engeland en Nederland speelt een cruciale rol in het verhaal. Deze reis had ik net zelf ook afgelegd, ik voelde mij derhalve een beetje Erik Hazelhoff Roelfzema, behalve dan dat ik geen oorlogsheld ben en de reis tussen Engeland en Nederland tot nu toe maar vier keer heb afgelegd en Erik 27 keer, veelal per roeiboot. Enfin, er zijn kleine verschillen.
Einde van het verhaal
Verder in mijn leven: op maandag (gisteren) nam ik met vier andere comedians een pilot op voor een comedy-praatprogramma in een radiostudio in Leiden voor Camedy.nl, dat was nog een beetje aftasten maar wel lachen. En vanavond heb ik een promotieborrel van een BLOQqer. Kortom, het leven draait door.
* Het was overigens niet de eerste keer dat ik werkte in Engeland, zie hier en hier
Ongerelateerd plaatje dat ik gewoon graag wil laten zien.
In de zoektocht naar mijn verborgen talenten ben ik een aantal cursussen gaan volgen. Ik kan je vertellen, het viel allemaal nog niet mee. Lees hieronder.
De CursusBasisvaardigheden
De cursus begon met een aantal thuisstudievakken. Bij het vak ‘Opstaan’ steeg ik er al niet boven uit. Het practicum ‘Brood Beleggen’ ging niet gesmeerd. Vervolgens kon ik mijn certificaat ‘Zooi Opruimen’ niet vinden. Bij het struikelvak ‘Veters Strikken’ zat ik met mezelf in de knoop. En ondertussen bleef ‘Afwas 2′ staan tot het volgende semester.
Kookcursus
Ready Steady Cook op de BBC
Ik kookte vroeger nooit zelf. Ik keek altijd wel naar kookprogramma’s op tv, maar dat is gewoon ‘kijken, kijken, niet koken’. Ik zou wel eens mee willen doen aan het BBC-programma Ready Steady Cook, maar waarschijnlijk word ik dan in de (snelkook)pan gehakt gehakt.
Toen ben ik dus een kookcursus gaan volgen. Ik bakte er echter weinig van. Ik had wel een bijzondere relatie met alle docenten. Met de leraar ‘Bakken & Braden in de Pan’ boterde het niet zo, het was dan ook een snel aangebrand type. En met de docent voor ‘Groente & Fruit’ heb ik nog steeds een appeltje te schillen. Aan de andere kant, ik smolt voor de docente ‘Kaasfondue’ en mijn Engelse docent ‘Biefstukjes Klaarmaken’ schreef op mijn rapport “well done”, dus dat is dan wel weer positief.
Uiteindelijk bleek deze cursus ook niet helemaal naar mijn smaak. Zo kon ik bij het vak ‘Hoofdgerechten’ mijn hoofd er niet bijhouden, ik vond het theorievak ‘Stoommaaltijden’ maar gebakken lucht, ‘Pannenkoeken Bakken’ nam te veel tijd in beslag en van de Franse keuken heb ik al helemaal geen fromage gegeten. Tenslotte, bij het examen van ‘Juridisch Koken’ werd het met recht lastig. Toen ik eenmaal voor het gerecht stond, baalde ik toch dat ik geen advocaat had meegenomen.
Cursus Verkeersmiddelen
Ik heb daarna een cursus over verkeer gevolgd. Dat ging ook verkeerd. Ik ben er niet helemaal weg van.
De beste stuurlui staan aan wal
Eerst begon ik met een paar nautische vakken. Ik zat met een vervelende docent opgescheept, meneer Zeefuik. (Aanvankelijk wilde ik niet met hem in zee gaan, maar nadat hij het roer had omgegooid, ging ik toch overstag). Bij ‘Navigeren’ raakte ik echter helemaal van de kaart. Vervolgens moest ik in een keer het vak ‘Bakzeil’ halen. Ik heb inderdaad bakzeil gehaald.
Toen ben ik een module over de Wielmakerij ingerold, waar ik aanvankelijk mijn draai wel kon vinden. Maar de Wielmakerij werd op een gegeven moment aan banden gelegd. Ik ben daarna een vak over auto’s gaan volgen. Ik dacht nog, zal ik het er op wagen? Ik vond het niets, ik was al snel_weg. Maar het was niet helemaal mijn schuld, bij het vak ‘Panne’ zat het gewoon niet mee. Het vak ‘Passeren’ moet ik nog inhalen.
Het daaropvolgende onderdeel ‘Openbaar Vervoer’ ging weliswaar als een trein, maar ik heb het uiteindelijk toch net niet gehaald. Bij de herkansing ging het al snel de verkeerde kant op. Ik dreigde zelfs te ontsporen. Bovendien was deze cursus te duur, ik voelde mij afgezet. Gelukkig werd mij een nieuw traject aangeboden. Ik koos voor deze wissel.
Meteorologie
Het betrof weer een compleet andere richting, namelijk meteorologie. Het lijkt misschien een beetje uit de lucht gegrepen, maar ach, weer eens iets anders. De tentamens waren verraderlijk. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht, totdat je de vraag over laaghangende bewolking mist. Toen voelde ik de bui wel hangen. Ik dacht dat de docent mij de wind van voren zou gaan geven, dus ik kraste de vraag willens en wetens door en pleitte dat het noodweer was [NB: ik heb onder meer rechten gestudeerd, vandaar dit grapje], wetende dat dit een storm van kritiek zou opleveren. Ten slotte dacht ik ‘ach, waarom wind ik mij zo op? Laat maar waaien’.
Losse keuzevakken
Ik heb ook een blauwe maandag een verfcursus gevolgd. Ik was een fervent verver met verve. Maar uiteindelijk ging ook hier de klad erin. Ik had overal lak aan.
Voorts heb ik Egyptologie gestudeerd. Daarbij heb ik mij met name op het vak ‘Mummificering’ gericht. Welnu, ik wil hier meteen even uit de doeken doen dat ik het nogal ingewikkeld vond. Het had toch meer om het lijf dan ik aanvankelijk dacht.
In het vak ‘Bier Brouwen’ had ik mij vergist.
Ik heb een theoretische en een praktische EHBO-cursus gedaan, maar ik zag het verband niet.
Voor een cursus Belastingrecht moest ik apart een vak over BTW volgen. Ik begreep maar niet wat de toegevoegde waarde was.
Ik kon ook al niet slagen bij de opleiding tot slager.
Vervolgens had ik mij aangemeld voor een skicursus. Vanaf toen ging het allemaal snel bergafwaarts.
Het contact bij de praktijkstudie ‘Laminaatvloertje Leggen’ was slecht. Het klikte gewoon niet. [Dit grapje is niet van mijzelf]
Bij het examen ‘IJsmeesterschap’ ben ik gezakt. Mijn droom om rayonmeester te worden viel hiermee in het water.
Bij de meerkeuzetoets voor ‘Kiezen of Delen’ heb ik maar de helft ingevuld.
Voor de opleiding tot imker had ik bijles nodig.
Het vak ‘Alcoholpreventie’ was ik zat.
En ‘Materialisme’ was ook niet helemaal mijn ding.
De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ ging niet door. [Dit grapje is ook geleend]
-
Aan het Facebookbericht dat aan deze blog ten grondslag lag, voegde fotografe Eelk Colmjon nog toe:
“Je spreekbeurt over globalisering viel zeker ook niet in goede aarde.”
“En bij gymles neem je vast ook de benen.”
“Ik heb gehoord dat ze je tijdens het vak ‘klussen in huis’ achter het behang wilden plakken.”
En, “van dat tuinieren snap je ook geen biet. Echt een groen blaadje ben je nog.”
Comedyshow in Meppel op zaterdag 4 februari 2012 (vandaag)
-
Ik ben in ieder geval nog lang niet uitgestudeerd. Deze blog is dan ook nog lang niet af. Ik ben namelijk nog benieuwd naar jouw (of uw) ingevingen. Schrijf ze hieronder onder ‘comments’ [eerst even aanklikken]. Dit zou ik heel erg leuk vinden. En lees ook over Olympische sporten zonder succes. Met heel veel woordspelingen.
——
Iets totaal anders: zometeen treed ik op in Meppel baby! Zie de foto hier rechts. [update: zie hier een filmpje over het 'rustige avondje in Meppel']
Lieve mensen, sinds vorige week maandag heeft Sijmen weer werk! Het kon ook niet uitblijven met al die universitaire diploma’s en dat talent. [Update: zie hier een paar reacties op sollicitaties].
In de eerste week van mijn nieuwe, tijdelijke baan werd ik meteen voor de leeuwen gegooid, met de ene na de andere intellectuele uitdaging waar ik mij moest inbijten. Ik moest schuursponsjes per drie stuks in kartonnen omhulseltjes doen, plastic jetzers van hun units halen en stopviltjes in zakjes doen. De eerste twee-en-een halve dag bestond louter uit schuursponsjes inpakken. [update van maandag 9 januari: vandaag mocht ik stickers op bakjes zalf plakken en daarna dozen dichttapen]. Vier volle dagen per week, twee weken lang. En daarna nog vier weken halve dagen.
Dit zijn ze dan
Ik mag mijzelf nu Junior Executive Production Officer Sponge Packaging etc. noemen. Dit werk was voorheen alleen beschikbaar voor gedetineerden, mensen met een geestelijke uitdaging, kinderen in lagelonenlanden en/of andere mensen met verborgen talenten. En nu dus ook tijdelijk voor mij. Eindelijk.
Mijn nieuwe werkgever is ‘een participatiecentrum’. Ik moet werken voor mijn bijstandsuitkering. Je zou het ook als (onder)betaalde (dwang)arbeid kunnen zien. Maar het is eigenlijk zo slecht nog niet. Het is best gezellig op de werkvloer tussen het plebs. Ik kom de tijd door met ouwebeppen met mijn collegae uitkeringsgerechtigden (bijvoorbeeld over je tatoeages* en de andere normale dingen des levens, maar vooral over werk natuurlijk) en naar de gezapige deuntjes van Sky Radio te luisteren. En dat terwijl ik werk doe dat een reumatische goudvis ook zou kunnen. Maar als ik goed mijn best doe dan kunnen ze mij op termijn misschien aan een echt baantje helpen. Wellicht maak ik carrière in de booming business van de schuursponsinpakkerij. Of zowaar iets beters. Alle gekheid op een stokje. Ik doe gewoon mijn best. Je weet tenslotte nooit hoe een koe een haas vangt. Ik denk in ieder geval dat de koe wel openstaat voor suggesties.
tattoodonkey.com
* Een Leidse collega (v) in een gesprek over tatoes: “Mijn zoon wilde een tatoe laten zetten op zijn veewhrtiende. Ik zegt ‘ik dach ‘t niet he, je wacht maahwr gewoon tot je zestien ben‘. Om maar even aan te geven dat ze streng, maar wel rechtvaardig is. Het zijn (h)eerlijke mensen met wie je soms goed kunt lachen. In de pauzes moet ik echter even met mijzelf praten, want bijna iedereen is dan buiten aan het roken. Ik wil verder niet arrogant doen, want iedereen is gelijk op de werkvloer = Positief.
>Meneer Groot, had u in 2000, toen u naar Leiden ging om te studeren, ook daadwerkelijk de ambitie om Junior Executive Production Officer Schuursponsjes Packaging etc. te worden?<
Ceci n’est pas un employé hautement qualifié
Nee, dat niet zozeer. De wereld van de schuursponsjesinpakkerij is per toeval op mijn levenspad gekomen. Zo rol ik met mijn carrière van de ene uitdaging in de andere. Je zou ook (misschien iets minder eufemistisch) kunnen zeggen dat mijn wetenschappelijke carrière in een dipje zit.
Je kan stellen dat het leven een schuursponsje is, met een ruwe en een zacht kant. Soms moet je alle zooi maar gewoon absorberen en op andere momenten moet je het juist hardhandig te lijf gaan. Nu is het vooral absorberen. Het komt uiteindelijk wel goed. Later krijg ik vast echt werk.
Voorbeeld van een comedyposter
Ik zie er niet heel erg tegen op om ‘s ochtends naar mijn werk te gaan. Het is soms leuk en het houdt mij van de straat. Op andere momenten is het ‘Kwalitatief Uiterst Teleurstellend‘, zoals een fijne collega het zo mooi formuleerde. Maar daar hebben we het niet over, want dit is een positief verhaal. Bovendien levert deze ervaring sowieso inspiratie op voor de comedy. Over comedy gesproken: morgenavond (vlak na mijn werk) mag ik naar Heemskerk om weer op te treden. Yeah!
En over zes uur mag ik er weer aan de slag met de schuursponsjes, of iets anders! Ik moet dus eigenlijk maar eens naar bed gaan.. Ik kom echter net uit Den Haag (zie hieronder) en nu wil ik deze blog nog schrijven. Morgen kan het niet, want dan treed ik -zoals gezegd- op. Vandaar het krappe tijdsschema. Maar dat hoort erbij. Of het nu gaat om tijd, geld of ruimte, iedereen heeft het tegenwoordig krap.
Ik ben zojuist naar de Landelijke Occupy Meeting geweest
Kan het ook allemaal anders? Moeten we de maatschappij niet anders inrichten, waardoor wij allemaal beter en liever voor elkaar worden? Love, peace, power to the people en de hele reutemeteut. Of wat mij betreft, een ideale maatschappij creëren waarin je als tweevoudig alumnus in alfawetenschappen ook nog kans op een baan krijgt? Hoeft geen overdreven ambitieuze baan te zijn, gewoon werk is voorlopig ook goed.
Over de eerste twee vragen heb ik vandaag de hele dag gediscussieerd tijdens de Landelijke Occupy Meeting oftewel LOM in Den Haag. (Ik ben overigens blij dat Den Haag niet de Landelijke Occupy MeetingPoint werd genoemd, dat zou namelijk wel erg LOMP zijn. Hihi).
Het hoofdkantoor van Occupy Den Haag
>Maar Sijmen, hoe kwam je daar dan terecht? Jij bent toch geen hippie?<
Goede vraag. Ik was meegegaan met een vriendin, mw Chiara van den Berg, om het evenement te filmen. Gisteravond had zij mij hiervoor gestrikt en vanochtend zijn we naar het Occupy-kamp op het Malieveld geweest. Het was gaaf om het van dichtbij te zien. De wind- en regenbuien van de laatste dagen hadden hun sporen echter nagelaten. Het was namelijk een beetje een postapocalyptische pleuriszooi op de geïmproviseerde camping (zie de foto hier rechts). De toch al enigszins verdwaasde mensen pasten er goed bij.
Maar het zijn ook lieverds hoor. Velen van hen kennen elkaar al decennia lang uit het circuit van protestmarsen tegen kernenergie, oorlog en dierenleed en voor meer subsidie op geitenwollenssokken. Occupy past mooi in hun straatje. Hiervoor leven ze. Een relatief groot aantal van hen is werkeloos en een enkeling zelfs dakloos, dus veel beters hebben ze toch niet te doen. Maar er zijn zowaar ook mensen met werk bij betrokken. Die zie je alleen een stuk minder op het tentenkampje, maar da’s logisch.
In een bonte stoet onder het wakend oog van de politie liepen we van het Malieveld door het Haagse centrum, langs het Binnenhof en de Raad van State richting een zaal in een pand met de naam De Grote Pyr. Ondertussen scandeerde de zelfuitgeroepen kampindiaan – een jongeman met een verentooi aan zijn nepbontmuts en een kleurrijk vloerkleed om zijn middel – sarcastische en ook eigenlijk best-wel-grappige teksten over de kredietcrisis en het gebrek aan medemenselijkheid in de maatschappij door een microfoon. Hij hield de stemming er goed in. Hulde voor hem. Klik hier voor een reeks Youtubefilmpjes van deze kleurrijke parade.
Allemaal lieve mensen
De Meeting
De LOM werd bijgewoond door vijfenzestig Occupy-hippies (die zich echter niet wilden vereenzelvigen met de hippies, omdat het nu toch wel wat serieuzer zou zijn) en sympathisanten. Ze spraken over liefde, herverdeling van rijkdom en bewustwording en zo man. Het bleef heel vaag, maar er was geen drugs of alcohol aanwezig. De mensen waren gewoon zo.
Ik wil verder niet te cynisch overkomen over dit bijzondere evenement. Ik moet namelijk zeggen dat ik meer geïnspireerd raakte door de verhalen van de verschillende, veelal markante bezoekers dan ik van tevoren had verwacht. Er heerste over het algemeen een positieve vibe man. En werkelijk iedereen kwam aan het woord. De mensen hebben vaak op zich wel mooie ideeën, alleen sommigen zijn ook een beetje wauws. Het houdt niet altijd verband met de werkelijkheid, maar leuk dat ze meedenken.
In een van de kringgesprekken vertelde ik zelf dat de maatschappij te vergelijken is met een stoelendans: Je moet meedoen, maar degenen die het (door wat voor reden dan ook) niet kunnen bijbenen, die vallen af. Met andere woorden, mensen met problemen vallen buiten de maatschappij. Er is tenslotte altijd minimaal een stoel te weinig aanwezig. Ik pleitte voor een stoelendans met voldoende stoelen. ‘Daar moeten wij heen met z’n allen’.
You don’t know what happened man, You weren’t there man.
Zo, dat had ik ook weer aardig uit mijn mouw geschut. Mijn inbreng bestond verder uit het inzetten van een Mexican Wave, als symbool voor de golf van bewustwording bla bla, en wat losse grapjes.
Het was uiteindelijk wat mij betreft gewoon een plezante praatsessie met koffie, koekjes en muziek aan het einde. Deze waanzinnige beweging heeft zich echter een hoger doel gesteld, namelijk de wereld verbeteren. Het liefst nog voordat alle tentenkampjes zijn opgeruimd. Telkens werd dus benadrukt dat het tijd voor actie is! Wat uiteindelijk slechts neerkwam op overleg over het inplannen van een nieuwe vergadering.
Wel een concreet plannetje was om piepkleine Occupy-tentjes in Madurodam te zetten. Daar maak je de grote banken, bedrijven en politici (de as van het kwaad) pas echt gek mee. Met zo’n daadkrachtige beweging, die opkomt voor ons aller welzijn, hier en in Verweggistan, kunnen we rustig gaan slapen. Potverdikkie, nu klink ik toch weer een beetje cynisch met mijn sarcastische woordkeuze. Ik kan het niet laten. Maar ik draag de Occupymeute tot op zekere hoogte toch een warm hart toe. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik Occupy zie als een schuursponsje maar dan zonder de schuurzijde. Hmm, gewoon een sponsje dus. Enfin, ik bedoel het positief.
Zoals u in mijn vorige blog (van 23 juli 2011) kon lezen, heb ik drie maanden stage gelopen in Loughborough, Engeland. Deze blog gaat helemaal over een paar karakteristieke kenmerken van dit land in het Verenigd Koninkrijk.
-
Engeland,
het land van..
.. de tabloids met koppen die zo groot zijn dat er maar een paar letters op de voorpagina passen en desondanks nergens over gaan. Het land van historische architectuur en post-apocalyptische industrieterreinen. Het land van de fish & chips met zout en azijn. Het land van culinaire armoede maar ook heerlijke stout en ale (wat wij ‘speciaal bier’ noemen).
-
Over bier gesproken: ik ben bij die vriend in het fantastische Bristol geweest waarover ik in mijn vorige blog over Engeland schreef. Welnu, zijn koelkast – of eigenlijk de koelkast van zijn huisbaas – was stuk. Dat is natuurlijk erg naar. Althans, voor mensen van het continent, zoals ik. Voor Engelsen is het echter ideaal, want zo kunnen ze tenminste hun biertjes goed warm houden.
-
Het land van humor, stand-upcomedy, de BBC en Top Gear. Het land waar werkelijk iedereen spookrijdt! Behalve ik dus, en dan gaan ze nog naar mij toeteren ook!
Het land van voetbal- en rugbygekte, maar waar sport vooral beleefd wordt met een pint in de hand, in pubs vol met getatoeëerde mensen. En tegelijkertijd het land van stijl & traditie, Elizabeth II, Willem & Keet, Charles, gentlemen, landhuizen, Bath, Jane Austen (wie dat ook mag wezen), de universiteiten van Oxford en Camebridge, thee met een wolkje melk, cricket en een stevig potje rellen na theetijd. Het is een land vol tegenstellingen dus. Voor mij persoonlijk is het vooral een boeiend land met veel openhartige mensen. Ik heb het er naar mijn zin gehad. Het was leuk.
-
De edele cricketsport
Bath Cricket Club
Cricket is een enerverend spelletje dat gespeeld wordt door keurige mensen die te veel tijd hebben. Ik heb het geprobeerd te volgen. In het midden van het veld gebeurt het allemaal. Een man in een gebroken witte spencer werpt een balletje en een andere man in een gebroken witte spencer slaat ‘m weg. Op het hele veld staan andere mannetjes in gebroken witte spencers die de hele wedstrijd rustig afwachten (dat kan zomaar een paar dagen duren) tot het balletje naar hen toe rolt. Maar dan wordt het wel even spannend. In rap tempo moet diegene in wiens richting het balletje rolt dan a) zijn kopje thee leegdrinken b) het kopje op het schoteltje zetten en c) het aan de butler geven, alvorens de bal op te rapen en terug te gooien. Bij andere balsporten zou zo iemand niet een ‘deelnemer’, maar een ‘ballenjongen’ heten. Okee, je kunt je afvragen ‘waar vind je dan een ballenjongen met een eigen butler’, maar dat even terzijde.
-
De spelregels zijn verder simpel: op een compleet onduidelijk moment in de week springt de helft van het aantal mannetjes met gebroken witte spencers op uit vreugde of verveling. Dan heeft een der twee partijen gewonnen en de andere verloren. Vervolgens lopen alle ‘deelnemers’ traditioneel van het veld af. Dit gebeurt vaker in een wedstrijd, maar dit keer is het zonder terugkeers. (Als je er niet zeker van bent, dan zou je eventueel de volgende dag terug kunnen komen om het nogmaals te checken. Gebeurt er dan nog steeds niets – maar nu zonder personen met gebroken witte spencers op het veld – dan is de wedstrijd waarschijnlijk afgelopen). “Jolly good fun lads” roepen de kerels dan en vervolgens breken ze het clubhuis af. In het geval dat er toeschouwers bij waren, kijkt men eerst of er nog mensen bijzaten die dringend gereanimeerd moeten worden, alvorens men het clubhuis afbreekt. Kwestie van service jegens de fans.
-
NB: Het enige wat hier qua spanning en spektakel nog overheen zou kunnen komen is een 24-uursmarathon van oude uitzendingen van Buitenhof. Het is vast waar, als het je lukt om een hele cricketwedstrijd wakker te blijven en zelfs te volgen, dan zul je vast de aantrekkelijkheid van deze sport op een gegeven moment wel inzien. Net als met Clairy Polac dus, denk ik.
-
Engelse koeien op stiletto’s.
Wat ook tot de verbeelding spreekt (maar uiteindelijk weinig aan de verbeelding overlaat) zijn de massa’s Engelse meisjes / vrouwen die in het weekeinde in kleine groepjes gaan stappen op hele hoge hakken en met zeer korte rokjes, ongeacht hun vaak forse lichaamsbouw. Het lopen op stiletto’s schijnt heel pijnlijk te zijn en het is opzichtig ongemakkelijk. Maar ja, je moet er wat voor over hebben om er een beetje hoerig uit te kunnen zien op je vrije avond.* Ik bedoel, anders zul je nooit een goede, fatsoenlijke man vinden die je lief heeft voor wie je bent, en je met een beetje geluk en overtuigingskracht diezelfde avond nog bezwangerd.
-
Enfin, aan het begin van de avond moet het groepje nog zoveel mogelijk bij elkaar blijven en daarom lopen de vriendinnen naast elkaar door de uitgaansstraat. Ze lopen alleen meestal een beetje te snel. Dat komt omdat het vaak koud en nat is. Bovendien zijn er altijd dronken Engelse jongens die de meiden een beetje opjagen met seksueel getinte verwensingen. Dat hoort bij het spelletje, niets aan de hand. Maar met als gevolg dat minimaal een van de meiden – meestal degene met de dikste kuiten – het niet bij kan houden en er bij strompelt als een manke flamingo in een snelwandelwedstrijd. Aldus dreigt zij ten prooi te vallen aan de gieren, of – in het ergste geval – alleen te moeten lopen. Maar al strompelend trekt zij haar pijnlijke stiletto’s uit, teneinde meer vaart te kunnen maken galopperend op haar panty.
Door deze intelligente ingeving weet zij haar vriendinnen nog net bij te benen. Haar plaats in de kudde is voorlopig veiliggesteld. Je zou bijna denken dat nog zo’n vlaag van intelligentie zou leiden tot het lumineuze idee om die voetverneukers de volgende keer bij het uitgaan maar gewoon thuis te laten. Echter, dit zou misschien een ‘small step for men‘ zijn, maar nog een stap te ver gedacht voor deze meiden. God bless them, ze zijn vast heel lief.
-
Dit kostelijke ritueel speelt zich keer op keer af. Als buitenstaander is het hilarisch om te zien.
-
* Begrijp mij niet verkeerd, hoge hakken kunnen in mijn ogen ook heel chique en aantrekkelijk zijn. Het hangt maar net af van de omstandigheden, zoals de gelegenheid of hoeveel alcohol ik of de ladies ophebben. U kunt er in ieder geval van uitgaan dat hoge hakken onder mijn gestel in geen enkel geval een charmant gezicht zal zijn.
-
London!
Ik ben ook een paar dagen naar een pittoresk plaatsje in het zuidoosten van het Verenigd Koninkrijk geweest. Enig stekje, nog nauwelijks ontdekt door de grote massa toeristen. Ze noemen het ‘London’. Ik was er nooit eerder geweest. Ik verbleef in een herberg nabij Piccadilly Circus. De acrobaten vlogen met trapezes over m’n hoofd, wilde olifanten sprongen door een hoepel (tegelijkertijd!) en clowns waren een brandende dubbeldekkerbus aan het blussen. En Bassie was er ook. Of was dat misschien Harry Redknapp, de manager van de Tottenham Hotspurs? Nee hoor, gekkigheid, het was niet zo’n circus.
-
Ik was niet alleen in London, want Mevrouw Schaapje (Kay-Babs) ging mee. Hiernaast poseert ze naast de Grote Ben. Nu denkt u misschien ‘wow, wat een ongelooflijk groot schaapje! Haar hoofd is groter dan het Britse parlementsgebouw!’ Welnu, dat is gewoon een sterk staaltje fototrucage van mij.
—
Aansluitend: Bier drinken in Duitsland
BLOQmannen, oftwel ‘Heerschers’
Drie dagen na Londen ben ik met 12 oud-studentvrienden uit Leiden naar Keulen gegaan voor een Oktoberfest. Het waren mannen van verschillende studies en leeftijd, maar stuk voor stuk high potentials. De manier waarop wij ons daar gedroegen mag gerust studentikoos genoemd worden, ook al ben ik zelf allang geen student meer. Die tijd is gepasseerd, maar zo’n feestje pak ik nog graag mee. De hele reis in het busje naar Duitsland hebben wij naar Schlagermuziek geluisterd. De sfeer zat er desalniettemin goed in. Op een Keulse stadscamping hebben wij onze – van een scoutinggroep in Nederland geleende – tenten opgeslagen. Vervolgens gingen een aantal jongelui de stad in. Ik bleef gezellig op de camping, want ik ben oud.
Zie hier een pul Eau de Cologne
De volgend dag (zaterdag 8 oktober, ergens in de middag) begon het bacchanaal pas echt: bij aankomst in de grote biertent waren wij zodanig blij verrast dat ze ook Bier schonken op dit Oktoberfest, dat we het er maar flink van genomen hebben. Het was fijn tussen de Duitsers. Het thema van het Oktoberfest is traditionele Beierse klederdracht, met Lederhosen en zo. (Er waren overigens wel veel homoseksuelen: de mannen hadden immers allemaal ‘leren pijpen‘. Ha, dat was een oud grapje. Wel een dijenkletser he? Dat deden ze daar ook trouwens, dijenkletsen )
.
Na een paar uur zaufen op topniveau waren wij totaal verzadigd. En toen moesten we nog terug naar de camping. Al kruipend (en met een beetje hulp van een tram) slaagden wij erin om de stadscamping -die een paar kilometer verderop lag- te bereiken. Het heeft slechts een paar schrammen gekost en dat mag gerust een wondertje heten. Alle stoere mannen sliepen uiteindelijk weer als prinsesjes in de tent (en ik zelf nog twee uur op de vloer van het toilet van de camping, maar dat heeft gelukkig niemand gezien). Het was ijskoud in de tent, maar het gevoel van broederschap, of eigenlijk de alcohol die nog steeds door mijn aderen vloeide, hield mij warm. Verder kan ik je vertellen dat er zoveel high potentials in deze tenten waren, dat we niet eens tentstokken nodig hadden. Kun je nagaan. Hehe, wieder zo’n Witz von der Sijmster, wat ben ik toch een grappenmakert.
U heeft al een tijdje niets meer van mij gehoord. Dat komt, ik loop al twee weken stage in Engeland. Voor wie geïnteresseerd is: ik werk tot oktober voltijd bij Apple Languages (ook wel Language Courses Abroad.co.uk) als ‘Administrative Assistant, Marketing & Translation‘. Want ja, je moet wat met je leven. Ik had het bezorgen van de post in Leiden wel weer gezien, eindeloos sollicitatiebrieven schrijven leek redelijk hopeloos, en mijn relatie liep – mede hierdoor – op de klippen. Er moest iets gebeuren. En zo kwam ik hier terecht. Ik woon en werk in het foeilelijke plaatsje Loughborough in Leicestershire (je hoeft maar de helft uit te spreken, dus dat scheelt). Het werk houdt mij van de straat en dat kon ik van mijn vorige baantje (postbezorger) niet zeggen.
Mijn Engels
Ik spreek inmiddels een woordje Engels mee. Gisteren vroeg een Engelse collega of ik nog aan stand-upcomedy ga doen hier in Engeland. Ik zei: “I’m not sure, I might put on my naughty shoes. I mean, eventually the blood flows where it cannot go, you know. And after all, you never know how a cow catches a hare”. Gek genoeg begreep de Engelsman er weinig van.
Bezoekje aan Nottingham
Vorige week was ik in Nottingham (Was dat niet van..? Inderdaad van Nottingham Forest, de voetbalclub uit 1865 die in 1979 en 1980 de Europacup 1 – tegenwoordig de Champions League – stal van de rijken en doneerde aan de armen. Enfin, zoiets). Aldaar heb ik de linksboven vertoonde, wereldberoemde herberg uit 1189 na Jezus bezocht. Het schijnt de oudste herberg van Engeland te zijn, want dat staat op de gevel.
Daarnaast ziet u een foto van de authentieke pomptaps (bierkranen waar d.m.v. het maken van pompbewegingen bier uitstroomt) en een pint met het donkere genot dat ik aldaar heb mogen proeven, de Rock Mild. Het smaakte naar Guinness, maar ietsje zoeter. Men noemt het in Engeland ‘stout‘. Maar ik bleef het braaf drinken. Al het bier wat uit de pomptaps komt is zeer rijk van smaak. Ik houd er van. Op een dag zou ik er mee willen trouwen. Al denk ik wel dat de huwelijksnacht al meteen een kater gaat opleveren.
Bristol
Later ingevoegde foto!
Binnenkort ga ik een vriend genaamd Tom Taylor (een Welshman die ik als collega-postbezorger in Leiden heb leren kennen, maar da’s een ander verhaal) opzoeken in Bristol. NB: Ik bedoel niet de schoenen- en kledingwinkelketen Bristol, waar je weliswaar een tolk nodig hebt om af te rekenen en een visum voor als je langer dan 30 minuten binnen blijft, maar waar de schoenen -voor Nederlandse begrippen- tenminste supergoedkoop zijn. Neen, ik bedoel de stad Bristol in Engeland. De stad schijnt nog indrukwekkender te zijn dan de winkel. Trouwens, schoenen zijn hier in Engeland gemiddeld erg voordelig heb ik gemerkt. Daarvoor hoef je niet eens naar Bristol te gaan. Vorige week heb ik voor 10 Engelse Ponden (€11,51) prima sportschoenen gekocht, hier in Loughborough. Ter vergelijking, bij de verrekte Schoenenreus op de Haarlemmerstraat in Leiden zijn de goedkoopste schoenen 20 Euro en in de Ziengs ertegenover is het minimaal 75 Euro. In Engeland (maar buiten London) lijkt het beter geregeld, schoenprijstechnisch dan. Ik heb hier nu drie paar schoenen! Can you go after (Kun je nagaan), in Nederland had ik altijd maar 1 werkende schoen en een halve pantoffel. It was really no face (het was echt geen gezicht).
All the crazyness on a little stick, temporarely (even alle gekheid op een stokje). De vriend in Bristol heet Tom Taylor. Het is een held. Hij kwam een paar jaar geleden naar Leiden omdat één van zijn bandleden daar ging studeren. Toen besloot de hele band zich maar te verplaatsen van Zuid-Wales naar Leiden. Om in zijn levensonderhoud te voorzien is hij toen postbezorger geworden, net als ik toentertijd. Zo ken ik hem dus. Inmiddels woont hij dus in Bristol, Engeland. Hij heeft nog wel een Iers vriendinnetje aan Leiden overgehouden.
Terug naar Loughborough
Een straatje in Loughborough
Het gaat redelijk met mij hier in Loughborough. Ik doe het rustig aan. AndI won’t go walking beside my shoes (en ik zal niet naast mijn schoenen lopen). Ik hoef überhaupt niet veel te lopen, want ik heb een fiets zoals een Dutchman betaamt. Met de fiets geniet ik meer van de stad e.o., want daarmee kom ik makkelijk op de mooie plekjes.
Ik heb al veel mensen ontmoet. Eergisteren heb ik gevoetbald met mijn toffe huisbaas en zijn vriendjes. Overigens, de eerste nacht dat ik in mijn huidige kamer sliep, werd ik verrast doordat de buren er de eigenaardige gewoonte op nahouden om nachtelijke tractor pulling-wedstrijden in de tuin te organiseren. Na een korte analyse kwam ik er achter dat het mijn huisbaas is die snurkt als een opgevoerde Monstertruck die niet door de APK-keuring komt. Maar ik werk overdag hard, dus ‘s nachts slaap ik overal heerlijk doorheen. No problemo. Mijn huisbaas gaat binnenkort naar Mekka (het is er zo een) dus dan heb ik het huis een tijdje voor mezelf. Bovendien staan er pruimbomen in de tuin waar ik vrijelijk van mag plukken. So fat excellent (Dikke prima dus).
Cheers,
P.S.: Wil je meer weten? Sms dan ‘stoute schoenen AAN’ naar mij. Of lees hier het vervolg op dit verhaal.
Hendrik van Zwevelmuts had eigenlijk wel zin in Duits Bier. Kwam dat even goed uit.
Gisteren was er een maansverduistering te zien. Volgens een oude vriend staat de zon dan tussen de aarde en de maan in, waardoor je dus de maan eventjes niet ziet schijnen. Enfin, van andere dingen heeft hij vast meer verstand, denk ik.
Het fenomeen komt in ieder geval niet zo vaak voor. Het heeft mij geïnspireerd tot het tekenen van een verschijnsel dat zo mogelijk nog unieker is: een maansverDuitsering. Dat is wanneer alle maanmannetjes opeens heel erg Duits doen. Bijvoorbeeld door het zingen van Duitse Schlagers. Zoals gezegd, het komt niet vaak voor. Sterker nog, het is – voor zover ik weet – zelfs nog nooit voorgekomen in de gedocumenteerde geschiedenis. Maar aan de andere kant, als ik op de maan schlagerzingende mannetjes met Lederhosen zou tegengekomen, dan zou ik dat ook uit mijn geheugen wissen. Dus dat zegt niets.
Er is deze week overigens ook een zonsverduistering waarneembaar. Althans, ik heb de zon al een tijdje niet zien schijnen. Met name ‘s nachts niet.
Superheld Henk (26 juli 2012)
Klik het plaatje aan om het groter te zien.
Het volgende stripje is geïnspireerd op de buitengewone mannen die zich ten behoeve van de mensheid vereenzelvigen met notoir ziekteverspreidend ongedierte. Ironisch genoeg kunnen ze alleen als zodanig de wereld redden. Met de kracht van ironie worden deze onderbroek-over-hun-panty-dragende supermannen onze rolmodellen. Denk aan Batman, Spiderman, Motman, Pissebedman, Duizendpoot, en zo meer. Het enige verschil is dat de zojuist genoemde fictieve figuren door een bizar ongeluk gemuteerde mensen moeten voorstellen, terwijl de superheld van het stripje hier rechts gewoon een caviavlinder is.
Witte Reus (16 juni 2011)
Reclame
Facebook avant la Lettre (30 juli 2012 en Masturbatie (7 mei 2013)